Toespraak rabbijn Vorst herdenking Markt voor Joden
4 november 2002
Jongens en meisjes, of Harry Potter in zijn toveravonturen over een Tijdmachine beschikt, weet ik niet. Nee? Dan zullen wij nu zelf een Tijdmachine uitvinden. En wij gaan ermee 61 jaar terug. Naar deze plek, de Speeltuin.
Dames en heren,
het is voor mij een voorrecht hier te mogen spreken als vertegenwoordiger van de Joodse Gemeente Amsterdam. Deze gemeente telde aan het begin van de oorlog bijna tachtigduizend zielen, waaronder al die kinderen en volwassenen die met de geschiedenis van de speelplaats waar wij nu zijn, te maken hebben.
Zoals bekend kwamen de
meeste van deze kinderen, van deze volwassenen, van deze tachtigduizend leden van de Joodse Gemeente Amsterdam, niet uit de concentratiekampen terug. En nu sta ik hier als hun vertegenwoordiger. Overweldigend.
Jongens en meisjes,
of Harry Potter in zijn toveravonturen over een Tijdmachine beschikt, weet ik niet. Nee? Dan zullen wij nu zelf een Tijdmachine uitvinden. En wij gaan ermee 61 jaar terug. Naar deze plek, de Speeltuin.
Zo, wij zijn er. Het is nu dus begin november 1941. Samen zijn wij hier gearriveerd. Met z'n allen. Maar nu moet ik apart gaan staan. Ik mag niet meer bij jullie blijven. Want ik ben Joods. En de Duitse bezetter heeft bevolen: "Zij die van Joodsche bloede zijn, moeten hun lidmaatschap per 1 november opzeggen."
Ik was toen , in november 1941, drie jaar oud. Bijna vier. En ik werd weggehaald. Ik kwam in Westerbork terecht. En vandaar in het vreselijke concentratiekamp Bergen-Belsen.
Jullie zongen het daarstraks zo angstwekkend mooi: "Oh meisjes van Mauthausen, oh meisjes van Belsen, vertel mij toch waar mijn liefste is." Daar in Belsen ben ik geweest. Mijn zusje was een van die "Meisjes van Belsen" waarover jullie zongen...
Gelukkig heb ik het overleefd. Mijn moeder niet, met wie ik zo graag overmorgen, woensdag 6 november, haar verjaardag had willen vieren.
Laten wij maar weer naar het heden, naar nu, terugkeren. Wij stappen dus weer in de Tijdmachine en komen in november 2002 terug. Hoe is het nu?
Ik lees jullie een gedicht voor dat een leerlinge van de school in de Lekstraat 'De Rivieren' voor mij overschreef:
Ik weet nog hoe de mensen keken:
de oorlog was voorbij;
de angst nog niet vergeten,
maar diep van binnen blij.
En diep van binnen weten:
dit nooit meer! Wij zijn vrij!
Dat was het eerste couplet. En nu nog de eerste zin van het tweede couplet: "Vandaag is het als toen gebleven..."
Daar schik je van. Is het zo gebleven? Hoe is het dan met de Rechten van het Kind in de wereld gesteld? Ik noem er een paar:
- recht op een veilig en gezond leven
- recht op bescherming
- recht op spel en ontspanning (bij voorbeeld hier in de Speeltuin)
- recht op onderwijs
- recht om waarheidsgetrouwe informatie te verkrijgen om een gezonde eigen mening te kunnen vormen en te mogen geven
Onze conclusie is dat er nog zo ontzettend veel kinderen in de wereld zijn die deze rechten nog niet hebben.
Elders
Maar hoe is het eigenlijk in Nederland met deze rechten gesteld?
Voor ik deze vraag ga beantwoorden, wil ik eerst een andere vraag aan jullie stellen: Hoe is het eigenlijk te verklaren dat gewone, aardige, vriendelijke Duitse mannen en jongens veranderden in wat zij werden: jagers op Joods en ander wild?
Een antwoord: door van boven af verkeerde, valse, gekleurde informatie onopvallend te laten doorsijpelen. Het ging inderdaad allemaal zo onopvallend, ongemerkt. En zo konden gewone mensen veranderen in de beesten die zij werden.
Wat wij hieruit begrijpen is de enorme verantwoordelijkheid die rust op ouders, opvoeders, leraren. Het is ook de verantwoordelijkheid van de overheid, de regering, die in deze vaak enorm tekortschiet. Er bestaat een onvoldoende democratisch gehalte in de voorlichting die de Nederlandse media verschaffen. Daar ligt een enorm stuk verantwoordelijkheid van de overheid. Dat zou de Duitse Tijd ons moeten leren.
Denk niet, jongens en meisjes, dat ik bang ben. Maar toch, tegelijkertijd, moet ik bekennen dat ik wel bang ben...
Daarom is deze herdenking zinvol. Herdenken, her-denken. Opnieuw denken en nadenken. Hoe het was. En hoe het niet en hoe het wel moet zijn.
Herdenken - zoals die prachtige zin van Bilderdijk die ik las in het hier uitgegeven boek 'Amsterdam-Zuid in Oorlogstijd':
In het heden ligt het verleden;
in het nu wat komen zal.
"ligt" - je schrijft het woord met de letters l-i-g-t. Maar ik wil het ook anders begrijpen. Niet met een g geschreven, maar met een ch. Licht, stralend. En dit is ook de wens en de hoop waarmee wij straks van deze her-denking naar huis gaan en moge het met Gods hulp zo zijn:
In het heden licht het verleden;
en vooral: in het nu licht wat komen zal!
Laten wij daaraan denken wanneer wij aanstonds bij het Kindermonument de vermoorde Joodse kinderen en volwassenen zullen herdenken.
Jongens en meisjes, dames en heren, dank voor uw en jullie aandacht.
