'Het Parool luidt: Trouw aan de Waarheid in een Vrij Nederland'
Deze woorden sprak ds Buskes op de allereerste herdenking van de bevrijding
in mei 1946 in de Nieuwe Kerk. Hij bracht op die manier een eresaluut aan de
ondergrondse kranten, die het tijdens de oorlog tegen de bezetter hadden
opgenomen en nu bovengronds waren gekomen.
Omdat ze op veel goodwill konden rekenen, zetten ze in die tweede helft van
de jaren veertig meteen de toon in Nederland.
In die zelfde Nieuwe Kerk organiseren de 'illegale' kranten van toen op 4
mei nog steeds een herdenkingsconcert. Liesbeth List zingt er vanavond de
Mauthausen-liederen van Theodorakis.
Maar de gelederen van die voorheen ondergrondse bladeren zijn langzamerhand
wat uitgedund. De Waarheid is niet meer; Het Parool door zijn uitgever van
de hand gedaan; lezers van Trouw zijn voornamelijk nog in het protestantse
noorden van het land te vinden en Vrij Nederland (het blad dat ik hier
vanavond vertegenwoordig) vindt gretig aftrek binnen de Amsterdamse
grachtengordel maar daarbuiten wordt het toch een beetje moeilijk.
Nieuwe generaties hebben nieuwe voorkeuren ontwikkeld.
Ondertussen staat het er met de geschreven pers waarvoor in de oorlog zo veel
offers zijn gebracht niet zo best voor.
Anders dan in de oorlog is het probleem niet dat het aan persvrijheid
ontbreekt (we leven tenslotte in een tijd waarin iedereen mag zeggen wat hij
denkt, zelfs als het om hele banale gedachten gaat).
Wat ons nu parten
speelt, is de economie. Met de Twin Towers in New York stortte ook de
internationale advertentiewereld ineen. Gedrukte pers, publieke omroep en
commerciële televisie vissen allemaal in dezelfde kleiner geworden vijver;
ellebogenwerk wordt daarbij niet uit de weg gegaan.
Dat allemaal in een
tijd, waarin nieuwe generaties minder boeken en kranten lezen dan vroeger,
want ja al die soaps, tv-shows en computerspelletjes vreten tijd.
En dus is er reden om zorgelijk over de pluriformiteit van de pers in
Nederland te zijn.
Ook al omdat wij als media een jaar om achter de rug
hebben waarin van zekere kant pogingen werden gedaan om ons de mond te
snoeren en ons het zwijgen op te leggen. Ik doel natuurlijk op de aanhangers
van de overmorgen precies een jaar geleden vermoorde Pim Fortuyn, die uit
het feit dat de dader een milieu-activist was afleidden dat de kogel van
links kwam.
Nou, dat hebben we geweten, want de erven Pim definieerden dat begrip links
nogal breed.
De hele redactie van het goed liberale NRC-Handelsblad werd door
LPF-advocaten Spong en Hammerstein aangeklaagd, omdat ze bij zijn leven
teveel kritiek op hadden. RTL-verlaggever Frits Wester werd in zijn voortuin
in elkaar geslagen, niet omdat hij tegen Pim was (eerder integendeel zelfs),
maar gewoon omdat hij een bekende televisiepersoonlijkheid was.
Politici als Ad Melkert en Paul Rosenmoller waren niet de enigen die
kogelbrieven ontvingen.
Ook sommige journalisten viel die twijfelachtige
eer ten deel.
Het is gevaarlijk onvergelijkbare situaties toch met elkaar te vergelijken.
Ik zal dus ook niet al te zielig doen over de 'probleempjes' waarmee de
journalisten van nu geconfronteerd worden vergeleken met de risico's die de
redacteuren, drukkers, verspreiders en koeriers van de illegale bladen in de
periode '40-'45 liepen; mensen als de graficus Han van Zomeren waarnaar de
brug over de Amstelkade is vernoemd.
Toch zijn er parallellen. Ging het toen om de bestrijding van het racisme van
de kant van de Duitse bezetter tegen met name het joodse deel van de
bevolking van Nederland, vorig jaar (een jaar geleden nog maar) bracht een
groot deel van de kiezers zijn stem uit op een partij die de
verantwoordelijkheid voor maatschappelijke problemen als de onveiligheid op
straat en de wachtlijsten in de gezondheidszorg opnieuw bij één
bevolkingsgroep wilde leggen - alleen heet die nu: de allochtonen.
De
grenzen dicht voor buitenlanders, je eigen culturele achtergrond moeten
verloochenen om door de meerderheid geaccepteerd te worden - zulke
opvattingen doen mij iets te veel denken aan wat extreem rechts in de jaren
dertig van de gang van zaken in de wereld vond.
U kent misschien de oude
joodse grap: Zegt de een tegen de ander: De ellende in de wereld komt door
de fietsers en de joden. Vraagt de ander: Waarom de fietsers? Dat het aan
de joden lag, sprak vanzelf.
Als je tegenwoordig je oor in de kroeg te luisteren legt, lijkt het alsof
alle ellende door de fietsers en de buitenlanders komt.
De Rivierenbuurt
vormt daar helaas geen uitzondering op, weet ik uit ervaring. Met een frisse
wind door het land jagen heeft dat, vind ik , bitter weinig te maken.
Het is nu bijna zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog en de consensus die in
1945 bestond is lelijk aan het afbrokkelen. De Amerikaanse oorlog tegen Irak
heeft de internationale orde, die toen werd gecreëerd, aan het wankelen
gebracht. Ook de Verenigde Naties, die nu werden gepasseerd, zijn van 1945.
Ze werden opgericht om te voorkomen dat het ene land het andere zomaar zijn
wil kon opleggen.
Ondertussen sneuvelt binnenlands het taboe op discriminatie.
Daarom is het zo goed dat er hier in de buurt vandaag een nieuwe generatie
aan wat toen gebeurd is, wordt herinnerd. Via de foto-expositie is de
speeltuin aan de Gaaspstraat over het verzetsverleden van Het Parool en de
wandelingen langs plaatsen in de buurt die rechtstreeks met de Tweede
Wereldoorlog in verband staan.
Zo worden de normen en waarden waar premier Balkenende het zo vaak over heeft
beklemtoond - al zijn het misschien niet de normen en waarden die hij
bedoelt.
Ons gaat het om normen en waarden als solidair zijn met de verdrukten en je
verzetten tegen onrecht. Als het moet, tegen welke prijs ook.
We leven in een tijd die door het nageslacht waarschijnlijk een tikkeltje
oppervlakkig zal worden gevonden. Een tijd van ongebreideld consumentisme,
funshopping, spelletjes spelen, egoisme en je afzetten tegen anderen die je
voor de voeten dreigen te lopen.
Daarom kan het geen kwaad af en toe een tegengeluid te laten horen. Al is
het maar één keer per jaar op 4 en 5 mei.
Het Parool is Trouw aan de Waarheid in een Vrij Nederland. Ons klinkt zulk
gedragen proza ouderwets in de oren. Maar eigenlijk was het lang geen
slecht devies.