Agenda & Nieuws
Een overzicht van activiteiten en nieuwtjes die Stichting Kindermonument onder de aandacht wil brengen

Wormen en Maden

Jona Oberski

Scene 1

Het proces van Wormen en Maden is geopend.

Scene 2

Wat ik heb gedaan om oorlogen te voorkomen?
U verlangt wel wat van me.
Ik heb gedaan wat ik kon.
Niets.

Of ik weet wat oorlog is?
Vechten, kotsen, verwonden, verminken, vermoorden,
martelen, sluwe techniek, spionneren,
trauma’s, doden, verdriet, gemis, honger, pijn, tranen,
roem en eer voor wat helden,
puin, misinformatie, valse reclame,
saamhorigheid, aan elke kant, door hoge hekken en muren gescheiden …

Dat weet iedereen? Aaah, u bedoelt de betekenis, achteraf?
Winst voor de wapenfabrieken, winst voor de herbouwindustrie.
Hoop op het definitieve einde van oorlog, op almaar vrede, vrijheid,
geen gedonder, geen onderdrukking, geen armoede,
een rechtvaardig bestaan voor iedereen.

Had ik het recht van de rijksten moeten doorbreken?
Als de armen geen bende vormen om voor zichzelf op te komen,
kan niemand ze helpen –de rijken kijken wel uit om de armen
elke hoop op een beter bestaan te ontnemen.

Had ik de jonge branieschoppers in hun kladden moeten grijpen, hun groepjes opbreken, elk afzonderlijk tot de orde moeten roepen?
Dat tart onze democratische vrijheid van meningsuiting.
Dat gaat over de grens.
Jonge mensen moeten zich afzetten, anders verandert er niets.

Had ik de haatzaaiers en discriminerenden moeten bekeren?
Die mogelijkheid heb ik niet gekregen, ik kom iemands dichtgemetselde brein niet in.

Had ik de oorlogszuchtigen moeten doden?
Dat is in strijd met de menselijkheid. Verboden.

Had ik ze pacifist moeten maken?
Dan grijpt een beetje chanteur in de wereld
met z’n bommen op scherp meteen z’n kans.

Vrijheid is kiezen en delen?
[Mompelend] Voor de een is het kiezen, voor de ander het delen.

Ja, ik zal duidelijk spreken.
De een mag kiezen, zeg ik, en de ander moet delen.
Wij hebben gekozen voor de vrijheid om ons van buiten af te laten bedreigen,
en van binnen uit te laten aanvreten, totdat het niet langer gaat.
Als het te gortig wordt, slaan we d’r op.

Had ik die keuze sneller moeten ombuigen?
In een dictatuur, zeker.

Had ik de heersers moeten dwingen hun religie uit de politiek te bannen?
De machtigen breng ik nergens van af.

Ben ik een stijfkop? Niet voor overtuiging vatbaar?
Kwam er maar iemand die mij kon overtuigen.

Moet ik de kiezers dwingen om op Europa te stemmen?
Blanko desnoods?
Als ze hun stem maar uitbrengen?
Zelfs als het tot niets anders leidt, dan te voorkomen dat hier weer een oorlog ontstaat?

Dat mag ik niet, dat is in tegenspraak met de stemvrijheid.

Maar ik kan het toch zeggen?
Mensen, ik heb het gezegd.

Had ik hulp moeten bieden aan kinderen in oorlogen?
Geen hulporganisatie komt bij een kind in een oorlog.
Dan zijn ze niet te bereiken.
Kinderen niet, niemand niet, niets niet.
Ik kon niets doen.

Gaan kinderen toch voor omdat ze de hoop op de toekomst zijn?
Ja - die opgevoed worden als wereldburger - maar niet als racist, of terrorist, of egoïst, of potentaat, of profiteur, of hebbert, of robot, of kindsoldaat,
die kunnen we missen.

Had ik de geschiedenis van de oorlog dag en nacht van de daken moeten schreeuwen?
Tot vervelens toe zeker, zodat iedereen … de oren sluit.

Ik hoor u niet meer, kunt u ’t voor me opschrijven?

Had ik de mensen moeten inschakelen die een oorlog hebben doorstaan?
Die hoeft niemand toe te spreken.
Die komen vanzelf bij elkaar om zeker te stellen dat het nog altijd goed is, wat ze toen hebben gedaan: overleven, verzet bieden, knokken, anderen bijstaan.
Die laten zich graag in saamhorigheid gaan.
Die willen de wereld al verder helpen.

Ja, ik hoor u weer.

Had ik de anderen, die geen oorlog kennen, erbij moeten slepen?
De gelukkigen die oorlog alleen van films, boeken en verhalen hebben,
die niet door oorlog zijn geraakt,die kunnen geloven dat wat er goed is vanzelf zo zal blijven, die kunnen geloven dat wat er fout is wel zal omslaan in hoe zij het zich wensen,die kunnen denken: dat is voor de politiek, daar kan ik niets aan doen.

Had ik de ziel van de politici moeten blootleggen die zich als duiven voordeden voordat ze als duivels tekeer konden gaan?
Zoveel psychologie was zelfs de Griekse goden gegeven.

U klaagt mij nu wel aan, maar mag ik u ook iets vragen: Wat heeft u in de oo…, wat heeft u voor de vrede gedaan?
U heeft mij niet de middelen gegeven om te doen wat u van mij verlangt.
Ik klaag u nog veel harder aan.
Had ik u maar apart, dan nam ik u zo te grazen.
Mijn wraak op u zou ik met de slachtoffers delen.
We maken er een gedenkdag van., niet voor mij –
maar voor de onschuldigen, die geen kwaad in de zin hadden.
Ik kijk naar u uit.
U bent nog niet van me af.

Moet ik iedereen die iets voor de vrede gedaan heeft dankbaar zijn,
en blijven?

Ik ben u dankbaar.
Voorgoed.
U, u, u allemaal.
Dank u.

Scene 3

[geweerschot]


© 2004 Jona Oberski