Allereerst wil ik het bestuur van de Stichting Kindermonument bedanken voor de uitnodiging om hier vandaag te mogen spreken. Het is altijd een voorrecht om ergens als gast te worden uitgenodigd, maar hier in het bijzonder. Ik kan mij maar één plaats in Nederland voor de geest halen waar schoolkinderen een verzetsmonument bij toerbeurt onderhouden. En dat is hier het geval. Jullie, de kinderen van groep 8 van de Catharinaschool, houden de herinnering aan de tweede wereld oorlog levend.
En dat is heel bijzonder.
In de Rivierenbuurt, waar wij allemaal vandaan komen - ik woonde korte tijd hier om de hoek in de Rijnstraat boven Albert Heijn, waar toen een melkboer zijn winkel had - zijn in de oorlog meer dan 13.000 joden opgepakt en later in de Duitse kampen vermoord, vergast!
Maar ik wil niet over dat soort zaken praten, die verhalen kennen jullie vast wel uit je geschiedenislessen. Nee, ik wil het vandaag hebben over De Tas van Eva, of, zoals ik hem altijd beschouwde, de tas van mijn
moeder.
Die Tas kreeg ik toen ik 21 jaar oud werd en die kun je daar op de collage achter mij zien. Een oude, versleten, kapotte leren tas, zoals jullie
oma’s of jullie overgrootmoeders er vast ook wel één hebben. Zo’n ding waar zij dan van alles in bewaren. Dat deed mijn
moeder dus ook.
Maar ja, die was al dood gegaan toen zij nog maar 38 jaar oud was, ik was zelf toen 12 jaar en dat was het enige wat ik van haar bezat.
Haar hele, korte levensverhaal, zat daarin, net zoals jullie soms een dagboek hebben, waarin je dingen opschrijft die je graag wilt onthouden.
Jaren later, toen ik zelf al opa was, heb ik de tijd genomen om alles eens goed door te lezen.
En dan zie je, mijn moeder was net zo een bijzondere vrouw als al jullie
moeders. Want moeders zijn er altijd, zij helpen je als je probleempjes hebt, zij troosten je als je verdriet hebt, zij zijn er altijd voor ons.
En daarom kreeg ik die tas, omdat zij mij wilde vertellen waar ik vandaan kwam en zij dat misschien zelf niet kon doen omdat zij dacht dat zij later als ik groot was, niet meer zou leven.
Die tas heb ik nog steeds en ik heb een tijdje geleden een boek geschreven over haar en mijn leven. Want ik wilde aan mijn kinderen en kleinkinderen vertellen wat een geweldige vrouw hun
oma en overgrootmoeder was geweest. Dat verhaal is als documentaire ook op de TV uitgezonden. Misschien hebben jullie dat wel gezien.
Toen mijn moeder 25 jaar was brak de oorlog uit. Mijn
vader was in het leger en moest vechten om Nederland te verdedigen. Wij woonden in Rotterdam en misschien weten jullie dat Rotterdam in mei 1940 werd gebombardeerd door de Duitsers. Het huis waar mijn ouders woonden werd niet geraakt en wij hadden dus enorm geluk. Vlak na het bombardement werd ik geboren.
Maar wij waren Joden en zoals jullie weten hielden de Duitsers niet van Joden. Die mochten niets meer en zelfs niet in de winkels kopen. Daarom heette deze speeltuin vroeger de marktplaats, de enige plaats in Amsterdam waar Joden, op de markt, hun inkopen mochten doen.
Mijn ouders die dat allemaal zagen gebeuren besloten om Nederland te verlaten. Zij waren bang dat er verschrikkelijke dingen zouden gaan gebeuren en zoals jullie nu ook weten, gebeurden die ook.
Dus besloten zij naar Zwitserland te vluchten, niet zo gemakkelijk met een klein kindje van twee jaar bij zich, maar zij hadden geen keus. Met twee vrienden die ook Joods waren vertrokken zij per trein uit Nederland.
Die vlucht ging hartstikke goed totdat zij bij de Frans/Zwitserse grens aankwamen in een klein plaatsje dat Pontarlier heette. Daar hadden zij pech want daar werden mijn
vader en zijn twee vrienden toen zij in een restaurantje zaten te eten gearresteerd door de Duitsers. Een week later werden zij in Auschwitz vermoord. Zij werden vergast!
De Duitsers die hen arresteerden kwamen naar het hotel waar ik lag te slapen, zij hadden medelijden met mij, wilden mij niet wakker maken en zeiden tegen mijn
moeder dat zij zich maar de volgende morgen bij hen moest melden.
Maar dat deed zij natuurlijk niet, zij ging er ’s morgens heel vroeg met mij vandoor, ging naar het restaurant waar mijn
vader werd opgepakt (zo heette dat) omdat zij hoopte dat daar de bagage die zij niet had meegenomen nog zou staan. Maar alles was weg en daar stonden wij dan, mijn
moeder van 27 jaar en ik 2 jaar oud. Zonder geld, zonder kleding, zonder papieren. Wij hadden helemaal niets meer!
En toen kwam er een meneer binnen die in die buurt woonde. Hij zei dat hij ons wel kon helpen en dat deed hij ook. Hij bracht ons door de bergen en de bossen naar het veilige Zwitserland en daar zijn wij de hele oorlog gebleven.
Mijn vader heb ik nooit teruggezien, die werd vermoord, mijn
moeder verzorgde mij totdat zij dood ging en daarna eigenlijk ook nog, want van haar heb ik heel veel geleerd.
En daarom is het verhaal dat ik heb geschreven een verhaal van hoop.
Hoop dat alles altijd goed komt, hoop op een betere toekomst, hoop op een fijn leven voor ons allemaal.
Dat heb ik van mijn moeder geleerd en daar ben ik dankbaar voor.
Dankbaar ben ik ook omdat er altijd mensen waren die ons wilden helpen, die goede Duitse soldaat, die er ook bleek te zijn en die ons liet leven. Die geweldige Fransman die zijn leven voor ons waagde en ons in veiligheid bracht.
En al die andere mensen die je soms zo maar helpen en dingen doen waar je helemaal niet op rekent.
Zoals al die verzetsstrijders die hun leven op het spel zetten voor de bevrijding van ons land en die in de illegaliteit zaten. Gek hè, wij spreken over illegaliteit en dat betekent, tegen de wet, maar het was helemaal niet illegaal wat zij deden. Zij vochten voor de bevrijding van ons land!
De stichter van deze speeltuin heette Dirk Neijssel, dat weten jullie vast wel. Ook Dirk Neijssel was zo een prachtige, dappere man. Een verzetstrijder die het niet kon verkroppen dat zijn Nederlandse Joodse vrienden werden weggevoerd om vermoord te worden. Die zijn leven op het spel zette om zijn Nederland te helpen bevrijden van de bezetter. Hij is een paar jaar geleden overleden maar zijn zoon is hier vandaag ook, die kennen jullie allemaal heel goed en in hem eren wij zijn
vader en al die geweldige mensen, die onverschrokken vochten voor onze vrijheid.
Tot slot heb ik nog één wens voor jullie allemaal.
Het geeft niet wat voor huidskleur je hebt, het geeft niet wat voor godsdienst je hebt, het gaat er om dat je opgroeit tot goede, fatsoenlijke mensen die met elkaar proberen er het beste van te maken.
Leer van het verleden.
Leef in het heden.
Bouw aan een betere toekomst.
Dank jullie wel,
Donald Speelman.