Dames en heren, lieve José, beste Pim,
Jouw dood heeft ons allen overrompeld. Wie had kunnen
denken dat het zo abrupt, zo plotseling zou gebeuren?
Wie had kunnen denken dat we van jou afscheid moeten
nemen, een man die we juist kennen als iemand die zo
midden in het leven staat, van dat leven ontelbare malen
heeft genoten.
Met plezier denken Sue en ik bijvoorbeeld terug aan
de avond dat we begin dit jaar bij jou en José thuis te
gast waren. Alle vier genoten we van het voortreffelijke
eten, de heerlijke wijnen, de verhalen, muziek, maar ik
denk dat jij van ons vieren het meest genoot.
Ook in het vele werk dat je hebt gedaan voor onder
andere Stichting Kindermonument en het 4 en 5 mei comité
liet je telkens blijken dat je je niet alleen met
toewijding en overtuiging inzette, maar dat je zonder
afbreuk te doen aan de ernst van de zaak, dat ook met
plezier deed.
Namens het stadsdeelbestuur wil ik je bedanken voor
al het werk dat voor vele mensen zeer veel betekend
heeft. Jouw levenskracht is echter vooral tot uiting
gekomen in je omgang met kinderen. Je hebt de gave om
aan elk kind, ongeacht kleur, afkomst of capaciteit, de
inspiratie te geven dat het kansen kan benutten, dat het
kan leren, dat ieder kind een volwaardige plek kan
krijgen in onze maatschappij.
Daarin ben je, denk ik, niet alleen geslaagd door je
open te stellen voor elke medemens, of die nu jong is of
oud, maar je hebt dat vooral kunnen doen, door een
stukje in jezelf, wat we waarschijnlijk allemaal in ons
hebben maar te vaak vergeten of onderdrukken, een stukje
van wat ik noem: authentiek kind zijn in jezelf te
bewaren.
Ik ben ervan overtuigd dat die unieke levenshouding
van jou een blijvend voorbeeld voor ons zal zijn. Ik
hoop dat het ons zal helpen je werk voort te zetten, en
om elkaar en vooral jou José te steunen het gemis van
Pim te kunnen dragen.
Ter nagedachtenis aan Pim wil ik graag voordragen het
gedicht van Nijhoff: Het kind en ik.
Duco Adema
Wethouder ZuiderAmstel
HET KIND EN IK
Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.
Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.
Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.
Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.
En telkens als ik even knikte
dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.