Dames en Heren,
Jongens en Meisjes,
De plek waar we nu staan was in de Tweede Wereldoorlog een
fusilladeplaats. Fusilladeplaats Rozenoord.
Fusillade komt uit het Frans. Vertaald naar gewoon Nederlands
betekent het: Doodschieten met geweren. Iemand naar een bepaalde
plek brengen met als doel hem dood te schieten met een geweer,
is moord.
Op deze plek zijn in de oorlog mensen vermoord. Niet een,
niet twee, maar meer dan 100. Allemaal vermoord. Allemaal puur
wraak. Wraak op mensen die actief waren in het verzet. Wraak op
verzetsstrijders. Mensen die zich actief verzetten tegen de
bezetting van Nederland.
Bij moord worden niet alleen de slachtoffers zelf gedood. Het
treft ook iedereen die hun dierbaar is. Partners, ouders,
kinderen, familie, kennissen en anderen. Dus denken we bij deze
herdenking ook aan hen.
Ieder mens heeft idealen. Grote idealen als vrijheid, vrede,
rechtvaardigheid of gelijkheid. Maar ook gewone idealen. Iets
wat je heel graag wilt bereiken. Gelukkig worden. Een goede
partner zijn. Een mooi diploma halen. Het vak leren dat je leuk
vindt, zoals ik net van Danny zag op de tentoonstelling. Hij
heeft als ideaal om een goede stukadoor te worden. Anderen
willen een goede vader of moeder zijn, of een leuke opa of oma.
Veel van die idealen kun je alleen verwezenlijken als je
leeft in een vrij land. Waar je vrij kunt denken en geloven wat
je wilt, waar je vrij kunt zeggen of schrijven wat je wilt, waar
je vrij kunt herdenken wat je wilt, waar je vrij kunt stemmen op
wie je wilt, waar je vrij kunt vergaderen waarover je wilt en
waar je vrij kunt samenwonen of trouwen met wie je wilt.
Straks zijn we twee minuten stil. Om respectvol te herdenken.
Niet alleen iedereen die hier is vermoord. We herdenken dan
iedereen die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter
wereld is omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede
Wereldoorlog; in oorlogssituaties of bij vredesoperaties.
Zo af en toe lees of hoor je de vraag of dit herdenken nog
wel betekenis heeft. Bij mij komt die gedachte nooit op.
Nederland is een democratische rechtsstaat. Zelf zit ik in de
Tweede Kamer. Daar proberen we mooie wetten te maken. Soms
betrap ik me er op hoe gemakkelijk we daar praten over
mensenrechten en over vrijheid en veiligheid. Alsof dat allemaal
vanzelfsprekend is. Dat hoort het uiteraard wel te zijn.
Net na de oorlog zijn er als een reactie op die oorlog ook
mooie internationale verdragen gemaakt. Onder andere de
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de
Verenigde Naties. En het Verdrag tot bescherming van de Rechten
van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Hoe verder de oorlog
van ons verwijderd is, hoe meer je soms de inhoud van die
verdragen en mooie wetten lijkt te moeten benadrukken. Zeker nu,
bij de dreigingen van terrorisme.
Heeft herdenken nog wel zin. Zeker. We moeten ons blijven
realiseren waar de mensen die hier vermoord zijn voor streden.
Voor een vrij Nederland. Hoe kun je morgen echt de bevrijding
vieren als je vandaag niet eerst herdenkt.
Je zegt het soms zo gemakkelijk. Iedereen heeft recht op
leven. Niemand mag gefolterd worden. Slavernij is verboden. Je
hebt recht op bescherming van je persoonlijke vrijheid. Je hebt
recht op veiligheid en ook al op privacy. Er is vrijheid van
gedachten, geweten en van godsdienst. Je mag vrij vergaderen. En
... iedereen heeft recht op een eerlijk proces. Allemaal rechten
die zijn vastgelegd in de mooie verdragen.
Maar, als niemand zich had verzet, hadden we nu niet in
vrijheid kunnen leven. Hadden we geen gebruik kunnen maken van
al die rechten. Als niemand zich daadwerkelijk verzet bij
dreigend gevaar of bij een bezetting zijn al die fraaie wetten
en verdragen niet meer dan wat inktvlekken en mooie letters op
een papier.
Als niemand zich verzet als het er echt op aankomt, kan
niemand meer z’n idealen verwezenlijken. Zonder verzet geen
vrijheid.
Het zijn dus ook twee minuten om je te realiseren dat we in
Nederland stil kunnen en mogen zijn.
In vrijheid kunnen leven is een van de grootste voorrechten
die je kan overkomen. Daarom moet vrijheid ook niet worden
opgevat als vrijblijvendheid. Vrijheid is niet vrijblijvend. Het
verplicht ons om daar verantwoord mee om te gaan.
Het verplicht ons om de vrijheid van anderen te respecteren.
Dat betekent wat mij betreft bijvoorbeeld: je heftig verzetten
tegen racisme, tegen discriminatie, tegen intolerantie, tegen
uitsluiting. Anderen niet beledigen om het beledigen, anderen
niet kleineren om het kleineren en anderen niet vernederen om
het vernederen. Maar ook anderen niet hinderen waar dat niet
nodig is. Daar bedoel ik niet mee dat anderen je onverschillig
zouden moeten laten. Integendeel. Vrijheid verplicht ook om
anderen aan te spreken, te corrigeren, te leren.
Op deze plek zijn meer dan 100 mensen vermoord. Zonder een
eerlijk proces. Enkel omdat ze het belangrijk vonden dat we in
Nederland vrij konden leven, vrij onze idealen konden nastreven.
Ze verzetten zich tegen onrecht en streden voor vrijheid.
Herdenken heeft dus zin.
Daar moeten we geen vraagtekens bij zetten, maar een groot
uitroepteken.