Agenda & Nieuws
Een overzicht van activiteiten en nieuwtjes die Stichting Kindermonument onder de aandacht wil brengen

Herdenking Markt voor Joden 2005

Kindergedenkteken van Kamp Vught
Teus van den Berg - Been


Vriendenkring

In 1998 werd ik door mevrouw Hetty Voûte, één van de leden van de “Vriendenkring Nationaal Monument Kamp Vught” benaderd. Leden van de “Vriendenkring” hebben zelf gevangen gezeten in kamp Vught of hebben familieleden, die slachtoffer geworden zijn in het kamp. Zij wilden een monument oprichten ter nagedachtenis aan de Joodse kinderen die op 6 en 7 juni 1943 vanuit kamp Vught gedeporteerd werden en in Sobibor vermoord.

De vraag was of ik mee wilde denken en over de te gebruiken materialen wilde adviseren. Om zich te oriënteren hadden de leden verschillende tentoonstellingen bezocht, maar er was niets geweest wat hun aansprak of op een spoor zette. Op dat ogenblik wist niemand waar het monument moest komen; ja ergens in het kamp, maar de plaats was niet bekend.

Denkend over het monument, vond ik dat hoe dan ook de namen met de leeftijden van alle kinderen genoemd zouden moeten worden. Wanneer je tijdens een vakantie in Frankrijk dorpen en stadjes bezoekt, zie je bijna in elk centrum een monument ter nagedachtenis aan de gevalleen uit de eerste en tweede wereldoorlog.

Je leest de namen, de geboortedatum en overlijdensdatum en komt tot de conclusie dat uit één gezin soms zowel vader als zoon het leven lieten. De slachtoffers verdienen dat de mensen stil staan bij wat hen is overkomen.


Kamp Vught

Voordat ik door mevrouw Voûte benaderd werd wist ik niet zoveel over de verschrikkingen en vernederingen die de Joodse kinderen en hun ouders daar hadden moeten doorstaan. Ja, ik had gehoord over het bunkerdrama wat daar plaats vond in 1944 en over de vele fusillades van politieke gevangenen. Kamp Vught werd in Januari 1943 in gebruik genomen en het was het enige SS-concentratiekamp buiten Duitsland.

Het kamp stond rechtstreeks onder commando van het SS hoofdkantoor in Berlijn. Het moest een modelkamp worden. Tussen 15 Januari 1943 en September 1944 arriveerden en in totaal 31000 mensen onder wie 15000 Joodse burgers.

De meest Joodse burgers, die daar met hun gezin arriveerden, leefden in de veronderstelling dat zij in Vught te werk zouden worden gesteld en daardoor bescherming zouden genieten. (een beperkt aantal van hen kwam inderdaad terecht bij het zogenoemde Philips-commando waar zij dagelijks een warme maaltijd kregen.)

Maar zij worden gevangen gezet in een apart kamp, waar de omstandigheden zeer slecht zijn. Een grote groep mannen wordt te werk gesteld in Moerdijk en moeten daar zware graafwerkzaamheden verrichten onder slechte omstandigheden. Vluchten kan niet, want dan worden er represaille-maatregelen genomen tegen hun vrouwen en kinderen.

In eerste instantie blijven de Joodse kinderen bij hun moeder; de vaders zijn weg. Maar op 19 februari moeten de kinderen naar een afzonderlijk kamp. De Duisters willen niet dat kinderen zo maar door het kamp lopen, dat is rommelig en lastig; het moet een ordelijk kamp zijn.

Moeders met baby’s en kleuters tot 4 jaar gaan mee naar die aparte barakken. Men kan begrijpen dat dit een zeer ingrijpende maatregel is. Kinderen en moeders die van elkaar gescheiden worden. Kinderen huilen en schreeuwen om hun moeder; de moeders huilen om hun kinderen, die zij achter moeten laten.

Op zondagmiddag mogen ze bij elkaar op bezoek. Er zijn speciale ´Aufseherinnen´ (een Duits woord, maar er behoorden ook Nederlandse vrouwen toe). Zij moeten de kinderen verzorgen. Verzorgen is niet het goede woord,want voor een verzorging ontbreekt praktisch alles. De kinderen krijgen onvoldoende te eten en te drinken. Een vriendelijk woord horen ze niet; ze worden afgesnauwd.

Dagelijks vindt er een appèl plaats, soms urenlang en zelfs onverwachts ’s nachts moeten ze op appèl in de barre kou. Als er op een zondagmiddag eens iets aardigs voor de kinderen wordt georganiseerd, wordt de feestvreugde ruw verstoord. Alle kinderen moeten op appèl en de Aufseherinnen laten hen uren staan.

Sommige kinderen hebben sneetjes in hun tong. Waardoor? Door het eten van gras. Veel kinderen worden ziek en krijgen longontsteking. Kinkhoest, mazelen, de bof en zelfs roodvonk heersen in het kamp.

Steeds meer nieuwe groepen Joden arriveren en in april ’43 is het kamp overvol.


Kindertransporten

Begin Juni komt het bericht dat alle kinderen onder 16 jaar naar een speciaal kinderkamp buiten Vught zullen gaan. Een kinderkamp dat klinkt nog aardig. De aanleiding tot dit plotselinge besluit zou zijn dat een delegatie van het Zweedse Rode Kruis een bezoek aan het kamp zou brengen.

De Duitsers wilden voorkomen dat de Zweden deze treurige slechte toestand van de kinderen zouden zien. Op 6 juni 1943 worden de kinderen van 0-4 jaar gedeporteerd; de meesten samen met hun moeder. In een lange trein met veewagens maken zij de 10 uur durende tocht naar Westerbork.

De volgende dag gaan de kinderen tussen 4 en 16 jaar op transport. De trein is niet helmaal vol en wordt aangevuld met volwassenen, bij elkaar ongeveer 1300 mensen. Via Westerbork gaan zij direct door naar Sobibor, waar zij na aankomst worden vermoord.

Het is niet te bevatten en voor te stellen wat voor soort mensen het waren die dergelijke maatregelen en besluiten namen; doorgaans mannen in onberispelijke uniformen, keurig schoon verzorgde handen maar met een zieke en vuile geest. Hun uiterlijk was in tegenspraak met hun verdorven brein. Hoe onvoorstelbaar hun gedrag was blijkt uit een enkel voorbeeld.


Machieltje Prins

Het jongste kind dat weggevoerd werd was Machieltje Prins. Hij was nog maar 6 dagen oud en woog 2 ½ pond Hij was 3 maanden te vroeg geboren, waarschijnlijk omdat zijn moeder urenlang op appèl had moeten staan.

Toen hij in Westerbork aankwam ‘ontfermde’ Gemmeker, de beruchte kampcommandant van Westerbork zich over hem. Hij stelde twee verpleegsters aan om Machieltje te verzorgen en liet vanuit Groningen een couveuse komen met voorzieningen om Machieltje sondevoeding te geven.

Machieltjes moeder werd meteen ‘doorgestuurd’. Machieltje redde het en hij was na drie maanden een baby met een normaal gewicht van 6 pond. En toen, en toen werd Machieltje alsnog naar Sobibor weggevoerd. Niet te bevatten, zijn verpleegsters waren vertwijfeld.


Ontwerp voor het gedenkteken

Eén van de eerste ontwerpen die ik maakte bestond uit een lange rij kinderen die bepakt en bezakt door een poort verdwijnen. Maar bij het zien van het monument in Vught, dat uit en strakke maquette van het voormalige concentratiekamp bestaat, vond ik zo een lange rij kinderen niet passen.

Bovendien werden de namen ondergeschikt aan het beeld en de namen wilde ik juist de belangrijkste plaats geven. Ik maakte een nieuw ontwerp dat van de namen uitging. Acht bronzen platen, die zigzag, als een kamerscherm zijn neergezet. Aan de bovenkant twee aan twee bijeengehouden door een Davidsster. Tussen de platen op het voetstuk achtergelaten speelgoed: een tol, een pop, vrachtautootje, een beer en boeken.

In de Hollandsche Schouwburg In Amsterdam oriënteerde ik me op de leesbaarheid van de letters. Hoe klein kan een letter zijn en toch goed leesbaar blijven. 1269 Namen moesten neergeschreven worden.

Het was moeilijk om de namen op te sporen van de kinderen van die twee transporten op 6 en 7 juni. De leden van de Vriendenkring zijn daar weken mee bezig geweest. De namen zijn in de platen met behulp van lasers uitgebrand.

De kinderen zijn weg – hun namen zijn weg. Maar de namen zijn toch leesbaar gebleven; de leeftijden staan achter de namen.


Herdenking

Op de eerste Zondag in juni komt men bijeen om het wegvoeren van die kinderen te gedenken. Er worden bloemen neergelegd. Tussen het achtergelaten speelgoed op de sokkel worden door kinderen die het monument bezoeken eigen stukjes speelgoed toegevoegd: een autootje, clowntje, een paardje. Het monument wordt gebruikt.

Op de sokkel staat de tekst:

Het kind is er niet ….. En ik waar moet ik heen.