Verlangen
O mijn verlangen naar die blijde dag.
Dat angstig wachten of het nog eenmaal
Weer tot mij komen zal als in een droom.
Op muiltjes als een lieflijke prinses
Die snelt naar hare prins en weet dat zij
Zo teer en toch ook zo fel ook word verwacht.
De nacht is grauw en grauw is het in mijn ziel.
Nachtschaduwen bedekken al wat schoon
En lieflijk was in mij, nu ik zo lang al wat
Mij leven gaf moet missen wreed.
U heerlijk bijzin was me alsof ik steeds
Kon putten uit een warme liefde bron.
Ik leef hier achter draad, zoo hoog en
Scherp, wat mij weer vaster grijpt
Wanneer ik vlucht. Gewond door
Scherpe punten in mijn hart.
Ik leef, als men dit leven noemen durft,
Alleen maar door de hoop eens weer te zien
Dat wat mijn leven richting gaf en doel.
O dat verlangen naar dat ik verliet.
Mijn lieflijk dorpje en mijn dierbaar huis.
En al wat daar in liefde leven mocht.
Achter de muren van mijn eigen woon.
O dat ik toch weer eenmaal teren kon
Op al die weelde die ik missen moet.
Grauw is de lucht maar toch in helder blauw,
Schijn achter zorgen wolken trouw de zon.
O mocht de wind verjagen ’t helse grauw.
Laat mij weer baden in het Vrede licht.
Laat mij omarmen weer wat ik bemin.
En al het duister wijkt voor stralend goud.
Wim Dinkgreve
Kamp Vught 1944
Geboren: Nieuwer Amstel 17-12-1895
Overleden: Buchenwald 15- 4-1945