Agenda & Nieuws
Een overzicht van activiteiten en nieuwtjes die Stichting Kindermonument onder de aandacht wil brengen

Herdenking Markt voor Joden 2005

Verslag Workshop - De gruwelen van kamp Vught Cees Kramer

 “Als we met het gezin op vakantie gingen reden we zover om dat we geen bord met de naam Vught tegenkwamen”. Het is stil in het bovenzaaltje van de speeltuin als Elsbeth van Lohuizen op donderdagmiddag 3 november jl. vertelt over kamp Vught.

Elsbeth werkt als vrijwilligster bij Nationaal Monument Kamp Vught. Daar verzorgt ze onder andere rondleidingen vanuit een persoonlijke betrokkenheid bij het kamp. Betrokkenen bij de wreedheden van kamp Vught zitten deze middag ook in de zaal. Enkelen of hun faDeelnemers aan de workshop met een indrukwekkend verleden.milieleden hebben er nota bene gezeten, anderen, onder wie Truus Menger kennen het ongetwijfeld van hun werk in het verzet.

De ouders en grootouders van Elsbeth van Lohuizen zaten ook in het verzet. “We woonden op de Veluwe. Daar hadden veel mensen een tweede huis. Mijn oma benaderde de bezitters van zo’n huis, dat buiten de vakanties om leegstond, om er Joodse mensen in onder te brengen.

Op een dag werd mijn vader door de SS opgepakt toen hij in de buurt van zo’n ‘onderduikhuis’ fietste. Hij moest meekomen naar dat huis, maar wist daar niets van af. Hij is naar ‘Amersfoort’ gebracht en toen naar het ‘Oranjehotel’ (strafgevangenis) in Scheveningen. Tijdens het verhoor daar kon hij niets zeggen over dat bewuste huis, omdat hij echt niet wist wie er zaten.

Van Scheveningen is mijn vader naar kamp Vught overgebracht. Dat kwamen we thuis later aan de weet. Na zeven maanden kwam hij weer thuis. Over wat er was gebeurd mocht hij niets vertellen. Hij had een geheimhoudingsplicht. Mijn grootmoeder hield een dagboek bij vanaf de eerste dag van de oorlog. We weten daarom veel wat er plaatsvond. Mijn vader overleed begin jaren negentig en heeft nooit verteld over kamp Vught.

Ik was te laat om het hem te vragen”, zegt Elsbeth van Lohuizen. Het verblijf van haar vader in Vught liet haar niet meer los en ze meldde zich aan bij de Vereniging van Kinderen van Verzetsmensen. “Ik hoopte, ja, het klinkt belachelijk, dat het eens oorlog zou worden om te zien of ik zelf in het verzet zou gaan”, zegt Elsbeth.

Ze wordt vrijwilligster bij kamp Vught, geeft er later rondleidingen en vertelt er, zoals deze middag, over. Haar verhaal wordt ondersteund door dia’s en een koffer met materiaal, zoals een klomp die de gevangenen in hetHaar verhaal wordt ondersteund door dia’s en een koffer met materiaal, zoals een klomp die de gevangenen in het kamp moesten dragen. kamp moesten dragen. Die klomp had een punt die in je voet ging zitten. Als je volgens de bewakers niet hard genoeg liep kreeg je een hond achter je aan.

Van Lohuizen toont de indeling van het kamp. Bijvoorbeeld het deel waar gevangenen voor Philips werkten en daarmee een extra warme maaltijd verdienden. Veel gevangenen werden vanuit Vught op transport gezet naar vernietigingskampen. Dat gold met name voor de Joodse gevangenen. Berucht zijn de twee 'kindertransporten’.

Op zaterdag 5 juni 1943 wordt bekend gemaakt dat alle joodse kinderen weg moeten uit het kamp. Op 6 juni vertrekken de kinderen van nul tot drie met hun moeder. De volgende dag de oudere kinderen van vier tot zestien met hun vader of moeder. Er wordt gezegd dat de kinderen naar een speciaal kinderkamp in de buurt zullen gaan. Maar de treinen rijden naar het doorgangskamp Westerbork.

In totaal 1269 joodse kinderen uit kamp Vught werden via Westerbork gedeporteerd naar Sobibor in Polen. Daar zijn ze vrijwel direct na aankomst om het leven gebracht. Op het terrein van Nationaal Monument Kamp Vught herinnert het kindergedenkteken aan deze transporten. De transporten worden jaarlijks in juni herdacht.

Een ander berucht voorval in kamp Vught was de opsluiting voor 24 uur van 74 vrouwen in één cel. Dat was hun straf omdat de vrouwen een verraadster onder handen hadden genomen. Tien vrouwen overleefden de opsluiting niet.

Elsbeth van Lohuizen vertelt tot slot het verhaal van Jan Herberts uit Arnhem. Met een vriend overvalt hij een Duitser die op een weg in de buurt van Arnhem fietst. Herberts vlucht weg, maar pakt de verkeerde fiets mee. Zijn eigen fiets heeft hij achtergelaten, maar daarop staat een plaatje met zijn adres. Herberts wordt naar kamp Vught gebracht. Omdat hij pas zeventien is mag hij nog niet worden gefusilleerd. Dat gebeurt zodra hij achttien wordt.

De zaal is stil als het verhaal van Van Lohuizen ten einde raakt. Een van de vrouwen, die zelf in Vught zaten, zegt dat we niet moeten vergeten dat de nazi’s vele miljoenen hebben verdiend aan de diamantwerkers die ook in Vught zaten. Haar buurvrouw knikt instemmend.