Het wordt nooit gewoon, herdenken op 4 mei. Altijd zijn er de gedachten aan de slachtoffers, aan het immense verdriet van de nabestaanden, aan de zinloosheid van de oorlog en aan het heldhaftige gedrag van de kleine groep mensen die zich verzette. Voor de ouderen onderons gaat het om levende herinneringen. Zij hebben het zélf meegemaakt. Dat went nooit.
Voor de meeste mensen hier bestaat de Tweede Wereldoorlog uit de herinneringen, verhalen of beelden van anderen. U bent na de oorlog geboren, hier in Amsterdam, ergens in Nederland of Europa of ver weg in Paramaribo in Suriname, in Ouchda in Marokko of in Karaman in Turkije. Dan zijn er geen eigen herinneringen.
Voor vele nieuwe Amsterdammers zijn verhalen over oorlog, slachtoffers en helden bovendien verbonden aan de geschiedenis van de eigen familie die leefde in een ander land, Uw moederland. Uw verhalen gaan over strijd voor onafhankelijkheid, stammentwisten of moordende machthebbers. In Iran, in Oeganda, in Kongo, of in Bosnië. Levende herinneringen.
Met al onze zo verschillende herinneringen komen we hier samen aan de Amstel, om als Amsterdammers de oorlog te herdenken die de grote oorlog van onze stad was. Om ons respect te betuigen aan de slachtoffers en aan hun dierbaren die het overleefden. Zeventig duizend Joodse Amsterdammers, waarvan er heel veel als vluchteling zich hier veilig waanden en duizenden andere stadgenoten, bij elkaar ongeveer 10 % van onze bevolking, zijn vermoord of werden het slachtoffer van de bezettingsjaren.
De Rivierenbuurt, één van de mooiste wijken van de stad, werd beroofd van veel van zijn bewoners en van zijn ziel. Amsterdam als geheel was in één klap een andere stad geworden. Ja, de oorlog is het grote keerpunt geworden. Amsterdam had zijn onschuld verloren.
We werden bevrijd, blij dat we het hadden overleefd. Want dat deden de meeste mensen in de oorlog, alleen maar overleven. We waren ongemakkelijk en afstandelijk tegenover het verdriet en de wanhoop van de slachtoffers. We vluchtten daarvoor weg, we wilden er zo min mogelijk van weten. Dat heeft zeker 25 jaar geduurd.
De boze droom van de oorlog, we deden of die niet echt was of het alleen maar een droom was geweest.
Áls de oorlog er niet was geweest zou Anne Frank nu een oude dame van 76 jaar zijn. Misschien zou ze nog wonen in het huis van de familie Frank aan het Merwedeplein. Ze zou zeker langs de speeltuin aan de Gaaspstraat lopen waar dan geen kindermonument zou staan. Wel zouden de kinderen van de Rivierenbuurt er spelen zoals zij zelf er heeft gespeeld. En de oude mevrouw Frank zou zien dat het goed was.
Maar zo is het niet gegaan en we staan hier omdat we de geschiedenis niet terug kunnen draaien, hoe graag we dat ook zouden willen. We zullen moeten leven met het eeuwige
litteken van de grote oorlog van Amsterdam.
Toén waren we machteloos tegenover een vreemde overheerser. Nú leven we in een vrij en democratisch land en kunnen we zelf ons lot bepalen en de vrede helpen handhaven.
Dat is hard werken aan verdraagzaamheid en respect voor de mensen die op onze weg komen, in onze buurt of op ons werk. Echte vrede begint op de hoek van de straat.
Herdenken is dan ook niet alleen terugkijken. We kijken ook vooruit om ervoor te zorgen dat Amsterdam de stad blijft waarin we als Amsterdammers samen leven en onze toekomst als volwassenen of als schoolkinderen in volle vrede zelf bepalen.
Dat zijn we aan de generatie die wij hier herdenken verschuldigd.