|
|
Vijfentwintig monumenten in beeldProject 'Kindermonumenten'‘Wat had ik graag les gehad van meester Roomer, want dan had ik vel meer geweten over de oorlog maar had ik er vooral ook veel van meer geleerd’. Zei iemand na de herdenking van 3 november. Ze had de werkstukken bekeken en gehoord hoe Jan Roomer iedereen bedankte voor hun aanwezigheid. Veel geleerd
Die werkstukken zijn niet zomaar gemaakt.
Er was een lessenserie en een bezoek aan het Verzetsmuseum waarin Verha Dus veel gedaan en veel geleerd, zelf veel geleerd maar door de werkstukken hebben ook anderen veel geleerd. WerkstukkenIn die werkstukken ‘echte’ geschiedenis over de eerste wereldoorlog; de herstelbetalingen waartoe Duitsland verplicht werd; de inflatie met zijn de grote armoede en werkloosheid.
De opkomst van het Nationaal Sociali De verschrikkingen van de tweede wereldoorlog de Jodenvervolging en de vernietigingskampen, het doden van gehandicapten en het vermoorden van de Sinti en Roma. Maar ook ‘persoonlijke’ geschiedenissen zoals van de Joodse kinderen in kamp Vught - van Horst Eichenwald, die zonder zijn ouders naar Nederland vlucht. En dan eerst wordt opgenomen in een kindertehuis en daarna bij een familie Mozes in Tilburg gaat wonen. Maar dan via Kamp Vught samen met zijn pleegzusje Roosje ‘op transport’ wordt gesteld. - van Koos Valk, een Joodse jongen uit Groningen, die met zijn familie wordt opgepakt en uiteindelijk naar Theriesenstadt wordt gebracht. Als door een wonder overleeft de familie de verschrikkingen. - van Judith Wurms uit Amsterdam, ook zij moet met haar familie naar Vught. Samen met haar moeder moet zij mee met het kindertransport. Een afscheidsbriefje is van hen bewaard geblev - van Ernst Verduin die samen met zijn zusje Wanda naar Auschwitz wordt weggevoerd. Ernst wordt daar ziek, maar een Poolse jongen Leon Stasiak verzorgt hem. Op 11 april 1945 wordt Ernst door Amerikaanse soldaten in Buchenwald bevrijd. Dan zijn er de foto’s van de kindermonumenten met tekeningen gedichtjes en conclusies oorlog mag nooit meer. KeesjeTot slot het het verhaal van Keesje Brijde uit de Czaar Peterbuurt - Kolen zoeken op verboden terrein. Vroeger liepen hier spoorlijnen. Het was een rangeerterrein in het oostelijk havengebied van Amsterdam. Nu is het een nieuwbouwwijk. Tussen de huizen staat dit witte kruis: ‘Keesje, geboren 1.9.32, gevallen 13.12.44’. Er hangt een gedicht bij. Het plantsoen heet het Keesje Brijdeplantsoen. Keesje Brijde (12 jaar) kwam uit een gezin van dertien kinderen. In de honger-winter zocht hij met andere kinderen op het rangeerterrein naar kolen die van de treinen waren gevallen. Soms wel drie keer per dag, want thuis leed iedereen kou en er was niets te eten. Het gebied was verboden terrein en werd bewaakt. Als de kinderen betrapt werden, sloot de Duitse chef van de spoorwegen hen soms op zonder eten of drinken in een speciale wagon. “Als ik jou nog één keer te pakken krijg, schiet ik je dood!” had een landwachter, een soort politieagent, gedreigd. Op de ochtend van 13 december 1944 waren Keesje en zijn vriend Floris Goulooze weer kolen aan het zoeken. Het was koud, overal lag sneeuw. Keesje en Floris hadden een wagon ontdekt met heel kleine kooltjes. Die brandden erg goed. Ze knielden op de grond en pulkten het onderste plankje van de wagon los. Met een harkje schoven ze de kooltjes naar buiten in een jute zak. Opeens viel er een schot. Keesje werd getroffen in zijn nek. Zwaargewond werd hij naar het ziekenhuis gebracht. Daar overleed hij. Een paar regels uit het gedicht bij het kruis: In zijn sjofele dunne kleren
|