Meimanifestatie 2005 - Mensen met idealen

Bij 4 mei denken we aan mensen uit het verzet die alles over hadden voor vrede en vrijheid.

Maar helaas en gelukkig zijn er ook nu nog mensen die strijden tegen onrecht en zich inzetten voor zaken als kinderrechten. Er zijn ook mensen die zomaar elke dag hun buren helpen, omdat dat nodig is.

Het is goed dat leerlingen van basisscholen ons heel duidelijk gaan maken, hoe belangrijk idealen zijn.

Andere projecten van Stichting Kindermonument

Meimanifestatie 2006

1000 Kraanvogels

Novemberproject 2005

Kindermonumenten

Meimanifestatie 2005

Mensen met idealen

Novemberproject 2004

Hulp geven - hulp krijgen

Meimanifestatie 2004

Kinderen in Oorlog

Novemberproject 2003

Kinderen in Oorlog

Meimanifestatie 2003

De 4/5 MeiKrant

Meimanifestatie 2002

Kinderrechten

Projecten
Kinderen samen met de Stichting Kindermonument aan het werk.

Vijfentwintig monumenten in beeld

Project 'Kindermonumenten'

‘Wat had ik graag les gehad van meester Roomer, want dan had ik vel meer geweten over de oorlog maar had ik er vooral ook veel van meer geleerd’. Zei iemand na de herdenking van 3 november. Ze had de werkstukken bekeken en gehoord hoe Jan Roomer iedereen bedankte voor hun aanwezigheid.


Veel geleerd

Die werkstukken zijn niet zomaar gemaakt. Er was een lessenserie en een bezoek aan het Verzetsmuseum waarin VerhaVeel geleerd - De leskoffer van Kamp Vught.lenman Karel Baracs zijn levensverhaal maar eigenlijk dat van zijn vader en moeder vertelde (dag pap tot morgen). Er was het boekje Weggehaald van Nationaal Monument Kamp Vught. Er was Kinderjaren het ontroerende, lieve maar misschien ook wel gruwelijke boek van buurtgenoot Jona Oberski. Er warren de foto’s met beschrijving van kindermonumenten in Nederland. Er was de Unicef CD met liedjes en gedichten over Kinderrechten en dan was er ook nog de workshop met de leskoffer van Kamp Vught.

Dus veel gedaan en veel geleerd, zelf veel geleerd maar door de werkstukken hebben ook anderen veel geleerd.


Werkstukken

In die werkstukken ‘echte’ geschiedenis over de eerste wereldoorlog; de herstelbetalingen waartoe Duitsland verplicht werd; de inflatie met zijn de grote armoede en werkloosheid. De opkomst van het Nationaal SocialiWerkstukken over echte geschiedenissme en van Hitler met zijn beloftes. De gruwelijkheden ook al voor de tweede wereld oorlog met de Kristalnacht, Übermenschen en Untermenschen, de Ariërverklaring.

De verschrikkingen van de tweede wereldoorlog de Jodenvervolging en de vernietigingskampen, het doden van gehandicapten en het vermoorden van de Sinti en Roma. Maar ook ‘persoonlijke’ geschiedenissen zoals van de Joodse kinderen in kamp Vught

- van Horst Eichenwald, die zonder zijn ouders naar Nederland vlucht. En dan eerst wordt opgenomen in een kindertehuis en daarna bij een familie Mozes in Tilburg gaat wonen. Maar dan via Kamp Vught samen met zijn pleegzusje Roosje ‘op transport’ wordt gesteld.

- van Koos Valk, een Joodse jongen uit Groningen, die met zijn familie wordt opgepakt en uiteindelijk naar Theriesenstadt wordt gebracht. Als door een wonder overleeft de familie de verschrikkingen.

- van Judith Wurms uit Amsterdam, ook zij moet met haar familie naar Vught. Samen met haar moeder moet zij mee met het kindertransport. Een afscheidsbriefje is van hen bewaard geblevConclusie - Oorlog mag nooit meeren.

- van Ernst Verduin die samen met zijn zusje Wanda naar Auschwitz wordt weggevoerd. Ernst wordt daar ziek, maar een Poolse jongen Leon Stasiak verzorgt hem. Op 11 april 1945 wordt Ernst door Amerikaanse soldaten in Buchenwald bevrijd.

Dan zijn er de foto’s van de kindermonumenten met tekeningen gedichtjes en conclusies oorlog mag nooit meer.


Keesje

Tot slot het het verhaal van Keesje Brijde uit de Czaar Peterbuurt - Kolen zoeken op verboden terrein.

Vroeger liepen hier spoorlijnen. Het was een rangeerterrein in het oostelijk havengebied van Amsterdam. Nu is het een nieuwbouwwijk. Tussen de huizen staat dit witte kruis: ‘Keesje, geboren 1.9.32, gevallen 13.12.44’. Er hangt een gedicht bij. Het plantsoen heet het Keesje Brijdeplantsoen.

Keesje Brijde (12 jaar) kwam uit een gezin van dertien kinderen. In de honger-winter zocht hij met andere kinderen op het rangeerterrein naar kolen die van de treinen waren gevallen. Soms wel drie keer per dag, want thuis leed iedereen kou en er was niets te eten.

Het gebied was verboden terrein en werd bewaakt. Als de kinderen betrapt werden, sloot de Duitse chef van de spoorwegen hen soms op zonder eten of drinken in een speciale wagon. “Als ik jou nog één keer te pakken krijg, schiet ik je dood!” had een landwachter, een soort politieagent, gedreigd.

Op de ochtend van 13 december 1944 waren Keesje en zijn vriend Floris Goulooze weer kolen aan het zoeken. Het was koud, overal lag sneeuw. Keesje en Floris hadden een wagon ontdekt met heel kleine kooltjes. Die brandden erg goed. Ze knielden op de grond en pulkten het onderste plankje van de wagon los. Met een harkje schoven ze de kooltjes naar buiten in een jute zak.

Opeens viel er een schot.

Keesje werd getroffen in zijn nek. Zwaargewond werd hij naar het ziekenhuis gebracht. Daar overleed hij. Een paar regels uit het gedicht bij het kruis:

In zijn sjofele dunne kleren
Met een hongerige maag
Kleine Amsterdamse jongen
Kleine deugniet van de straat