In Auschwitz bleef de trein staan. Einde van de reis en einde
van mijn 24-jarig leven.
Mijn bril nam ik op de 'Rampe' (perron) af nadat wij de
veewagons waren uitgeknuppeld. Hij besloeg door de stoom uit de
locomotief. We werden voortgeslagen naar het einde van het
perron. Daar stond Mengele met een paar kamp-artsen. Dat was de
keuze tegen een - tijdelijk nog - voortleven en de directe gang naar
de gaskamers. Voor het nog te verrichten werk had men niet
zoveel mensen meer nodig. Het was 1944 en de oorlog was voor
Duitsland al verloren. Daarom werden door Mengele alleen de
meest fitte mensen tot het leven in Auschwitz veroordeeld.
Brillendragers waren niet de meest fitte. Maar ik had mijn bril
af. Zo kwam ik bij de voorlopig levenden. Wat was erger?
We werden voortgedreven naar het kamp. Door de poort,
waarboven in een boog de spreuk stond: 'Arbeit macht frei'. Toen
we binnen waren, klapte ook die laatste valdeur achter ons toe.
Wat er verder gebeurde is een persoonlijke ervaring. Men moet
goed begrijpen, dat in elk kamp de omstandigheden verschilden.
Iedereen heeft het anders beleefd. Ik elk kamp waren de
bewakers verschillend. Elke dag was ook weer anders. De goeie of
de kwade bui van de SS-ers kon over je leven beslissen. Elke
gevangene onderging het lot ook anders. Na de oorlog en na onze
terugkomst zijn er hele discussies opgezet of aan de naakt
uitgekledenen wél of niet een stukje zeep meegegeven werd om te
gaan 'douchen'. In het ene kamp gebeurde dat wél, in het andere
niet. Dat stukje zeep werd gegeven om de mensen te overtuigen,
dat ze in een douche kwamen. Men had ze er natuurlijk ook zonder
zeep in kunnen slaan, maar zo gaf het minder moeite.
We kwamen - ik spreek nu uitdrukkelijk over het Lager
Birkenau, een 'Nevenkamp' van Auschwitz - in barakken, waar we
in kribben, drie boven elkaar, moesten liggen, maar 8 tot 10
personen was dáár normaal. Met per krib 2 of 3 dekens. De
allersterksten sliepen onder die dekens. Bij de toegangsdeur van
de barak stond een bord met het opschrift 'Halte dich sauber',
terwijl het binnen stikte van de luizen.
Eenvoudig
De dagindeling was eenvoudig. 's Morgens vroeg moest je
aantreden, om 4 uur, voor het appèl op de binnenplaats. In de
bittere kou, in de
sneeuwjacht of in de regenstond je dan urenlang in de houding.
Wanneer de bewakers en de officieren
eindelijk kwamen aanslenteren, werden de gevangenen geteld en
nog eens geteld. Soms klopte het aantal, soms niet. Dan
begon alles weer opnieuw, 's morgens en 's avonds. Oudere mensen
bezweken vaak en vielen om. Ze werden dan hardhandig afgerost,
tot ze bewusteloos - of dood - weggedragen moesten worden. Dit
kon, als het vaker voorkwam, de gaskamer
betekenen.
Na het appèl werd het eten rondgedeeld: een klein stukje
brood voor de gehele dag en soms wat salami of een stukje Harzer
kaas. Daarna naar de barak terug en de dag verder wat
rondlummelen. Soms moesten we graszoden van de ene naar de
andere plaats brengen. Waarom, is me niet in herinnering
gebleven.
Zeker niet om het ons behaaglijker te maken, want op
het terrein liep je tot aan de enkels in de modder. We leefden
eeuwig, van uur tot uur in angst. Vooral bij de
'tussen-selecties'. Dan moest je naakt voor de SS opmarcheren en
wie te mager was, verdween naar de gaskamers. Zelf heb ik driemaal
een selectie meegemaakt. Driemaal kwam ik er door.
De sterksten moesten werken in de munitiefabrieken. Ik kwam
in het vroegere Sudetenland terecht. Dit kamp heette Kratzau 11.
Dit was in december 1944. Men wilde zoveel mogelijk het kamp
evacueren. Het Rode Leger naderde. Half januari 1945 is
Auschwitz bevrijd.
Hoe was het mogelijk?
Amsterdam
Als je 's avonds op je krib van honger, kou en de
afgrijselijke luizenplaag niet kon slapen, dacht je over je
toestand na. Hoe was het mogelijk, dat je in zo'n hel
terechtgekomen was. Wat was dit voor onmenselijke wereld?
Natuurlijk, al voor de bezetting wisten we door de Joodse
emigranten, iets af van het drama dat zich in Duitsland voltrok.
Maar dat ons hetzelfde zou overkomen, nee, dat zagen we toen nog
niet. Bij de bezetting in 1940 begon de twijfel te komen. Rijke
Joden redden zich nog door voor veel geld naar Engeland en
Amerika te vluchten;
zij wisten kennelijk ook meer.
Mijn moeder was een drukke
zakenvrouw met drie grote filialen in elektrische apparaten .
Ik kreeg een goede opvoeding met voortgezet onderwijs.
De deportaties waren nog niet begonnen, maar de maatregelen
tegen de Joden wel. Zo mocht ik niets anders doen dan werken in
een Joods gezin. Dat deed ik als kinderverzorgster en
dienstmeisje.
Half juni 1942 fietste ik van mijn werk naar ons huis in de
Maasstraat , toen ik op de hoek van de Maasstraat en de
Jekerstraat werd tegengehouden door een politieagent. Ik schrok
natuurlijk: politie... mijn jodenster zat alleen maar met een
veiligheidsspeld vast op mijn jurk! Ik kon zien dat mijn moeder
en broer op een Duitse wagen werden geladen. (Mijn vader was al
lang geleden overleden). Het bleek dat moeder de politieagent
had verzocht - hoe weet ik ook niet - mij op te vangen, anders
had ik natuurlijk ook mee gemoeten.
Onderduiken
Wat was er gebeurd? Mijn moeder bleek enkele waardevolle
dingen uit ons huis in veiligheid te hebben willen brengen bij
niet-Joodse vrienden. En dat was streng verboden.
De politieman
gaf me het adres van een voorlopig onderduikadres. Voortdurend
moest ik weer naar een ander adres, tot ik - door loslippigheid
- gepakt werd. Later hoorde ik, dat moeder en broer Jacques
eerst 6 weken gevangenis hebben gekregen en daarna bij de eerste
transporten zijn weggevoerd. Mijn Moeder in ieder geval naar
Auschwitz. Van mijn broer weet ik niets zeker. Ze zijn in elk
geval niet teruggekomen.
Ik werd twee keer opgepakt en kwam in het voorportaal van de
dood terecht: de Hollandse Schouwburg. Twee maal is het mij ook
gelukt er uit te komen. Hoe? Dat is voor u niet belangrijk. Voor
mij wél natuurlijk, maar het zijn persoonlijke ervaringen, die
de georganiseerde uitroeiing niet beïnvloedden.
Na een paar dagen verhoor, toen ik de laatste keer 'gepakt'
werd in een huis aan het Oosterpark en een paar dagen in het
huis van bewaring aan de Weteringschans had gezeten, werd ik met
anderen per tram naar het CS vervoerd. Vandaar ging het naar
Westerbork. Daar heb ik vier maanden doorgebracht.
Tenslotte ging ik ook op transport, richting Auschwitz.
Precies weet ik het niet, maar die treintocht moet 3 a 4 dagen
geduurd hebben, in veewagens. Elke keer als we ergens stopten,
werd een deel van onze bagagedoor SS-ers weggenomen, zodat ik
met een klein koffertje op het eindpunt aankwam, de grote
koffers waren al verdwenen.
Daar zat ik dus in het vernietigingskamp. We werden
geregistreerd. Alles gaat bij de Duitsers gründlich. In een
lange rij voor de 'Schreibstube', we werden op kaart gezet, maar
om vergissingen te voorkomen, werd ons kampnummer in onze armen
getatoueerd.
Het laatste transport
Ik was bij het laatste transport naar Auschwitz. Dat vertrok
op 12 september 1944. De mensen van de vorige transporten kregen
hun tatouage op de onderarm, bovenop. De SS-ers, die begonnen te
twijfelen aan de overwinning, pasten bij dit laatste transport
een andere techniek toe. We moesten ons nummer wel getatoueerd
krijgen, maar dan aan de binnenkant van de onderarm, in kleinere
cijfers. Dat nummer is bij mij nóg groot genoeg!
Onze kleren moesten we uittrekken. Die gingen als
'Liebesgabe' naar uitgebomde Duitsers. Wij kregen lompen aan met
een rode meniestreep op de rug. Mijn 'jurk' was veel te lang en
ik struikelde daarom voortdurend. Een vriendin, die zeer grote
borsten had, kreeg een veel te nauwe jurk, die dan ook prompt
openbarstte, waardoor één borst bloot uit de scheur hing.
Kortom: zoals in alle kampen was de bedoeling je menselijke
waardigheid te vernietigen. Daardoor ook konden in de barakken
gevechten ontstaan over een stuk brood; had je haat en nijd en
vriendinnenkliekjes. Bij die doelbewuste vernedering behoorde in
Birkenau o.a. het afscheren van hoofd- en schaamhaar.
Bevrijd werden we door de Russen. We waren vrij te komen en
te gaan buiten het prikkeldraad. Ik heb wat buiten het kamp
gelopen en ben toen 24 kilo zwaar opgenomen in een ziekenbarak.
De verpleegsters daar praatten nog vol bewondering over Hitler.
Daarna kwam ik in een ander ziekenhuis. Daar waren Amerikanen
en later Nederlandse ambtenaren, die naar overlevende
Nederlanders zochten, want het gebied zou weldra door de
U.S.S.R. worden overgenomen.
Ariër
Met een militair vliegtuig werd ik naar het vliegveld Eelde
vervoerd. Het eerste wat de verpleegster vroeg: 'Wilt u
sigaretten of chocola?' Ik rookte niet, maar keek toch. Het merk
sigaretten heette' Ariër'...
Later mocht ik van de dokter voorzichtig in de zon gaan
wandelen. Mijn haar was nog niet aangegroeid en daarom had ik -
vrouwelijke ijdelheid - een hoofddoekje om. Als ik in de straten
van Eelde liep, werd ik daarom nageroepen met 'Moffenhoer'.
Op een dag sprak ik een politieagent aan en vertelde mijn
ervaring in het dorp. Die man gaf het door aan het
gemeentebestuur en de gevolgen waren verrassend. Elk huis werd
bezocht en de situatie uiteengezet. Bij mijn volgende
wandelingen werd er bij elk huis op het raam getikt. Ik moest
dan binnenkomen, en kreeg zoveel eten aangeboden als ik lustte.
Maar dat was niet meer nodig, want ik was intussen 32 kilo zwaar
geworden en zoveel eten mocht ik ook niet.
Ja, dan natuurlijk terug naar Amsterdam. De drie filialen van
mijn moeder waren overgenomen door een Duitse 'Verwalter',
mijnheer Zimmerman. Hij woonde in een riante villa in Zandvoort
en ik heb daar de dure meubels van mijn moeder zien staan. Ik
kon niets terugkrijgen. Niet hij, maar ik moest bewijzen dat de
spullen van óns waren. Zimmerman had natuurlijk alle rekeningen
vernietigd en ik had geen bewijzen.
Daar stond ik dan. Hulp, ja dat wel.
Ik kreeg van het Nationaal Volksherstel 3 maanden lang een
uitkering van f 80,- per maand. Daarna moest ik mezelf maar
zien te redden. Van mijn uitgebreide familie van ooms, tantes en
neven was niemand teruggekomen. Ik kreeg wel werk als
kinderverzorgster, maar dat werk was me nu toch wat te zwaar
geworden.
Nasleep
U, redactie van de Anti-Fascist, heeft me verzocht te
schrijven over het kamp Auschwitz zelf. Maar ook de nasleep
behoort daartoe, daarom heb ik dat vermeld.
Maar daarmee zijn we er nog niet. U staat nog steeds in de
strijd - zoals wij - tegen het weer opkomend fascisme. In 1965
was er een openbare vergadering van het Nederlands Auschwitz
Comité, waarbij ook de heer Wim Klinkenberg, journalist,
aanwezig was. Hij was al geruime tijd bezig met het
Auschwitz-proces in Frankfort/Main. Er bleken daar geen getuigen
à decharge aanwezig te zijn, omdat de rechters dachten -
althans dat zeiden
ze - dat er toch geen overlevenden waren. De hoofdaangeklaagde,
Dr. Lucas, had alleen getuigen à decharge.
De rechtbank is toen duidelijk gemaakt, dat er wel degelijk
overlevenden waren en met tegenzin hebben de rechters toen
moeten toegeven. Een vriendin en ik werden als getuigen
opgeroepen. AI toen ik in het vliegtuig zat, werd mijn man door
een Duitser opgebeld, dat hij er maar beter aan deed, zijn vrouw
direct terug te laten komen, want anders.... De hoorn werd op
het toestel geklapt.
Mijn man had het daar natuurlijk moeilijk mee. Maar hij heeft
niet gebeld of getelegrafeerd. Hij kende me genoeg om te weten,
dat ik toch niet terugkwam. En dat we er alleen maar ruzie om
zouden krijgen. Intimidaties, daar had ik genoeg van.
Het proces vond plaats in een verenigingsgebouw (Gallus).
Tijdens de lunch zaten daar nog verschillende oorlogsmisdadigers
met ons in dezelfde zaal te eten. Zij waren nog niet
veroordeeld. Ook in de wachtkamers voor getuigen zaten we samen
met de getuigen à decharge (SS-ers en ander tuig). Mijn
vriendin en medegetuige kon Dr. Lucas in de rechtszaal direct
aanwijzen.
15 Jaar
Zij was als meisje van 15 jaar werkzaam bij het
Kanada-kommando. Zij moest de kleding sorteren van de mensen die
vergast werden en hen de nog verborgen sieraden afnemen.
Ik kende Dr. Lucas ook, doordat hij op de kampstraat gegroet
werd door zijn medewerkers. U begrijpt dat hij zich nooit aan
mij heeft voorgesteld. Hij selecteerde dan in de barakken. Er
zijn vele chicanes geweest bij dit proces. Goed, mijn nummer
stond duidelijk in mijn arm getatoueerd, maar de rechters
zeiden, dat dat nummer niet overeen kwam met de nummers, die op
een bepaalde datum werden uitgegeven. Later moesten ze toegeven,
dat het op een misverstand berustte.
De laatste keer dat Lucas in onze barak selecteerde, koos hij
ca. 100 vrouwen uit. Die hebben we nooit teruggezien. Lucas
kreeg 3 jaar gevangenis met aftrek van voorarrest. Hij was weer
vlug vrij en oefende in Sleeswijk Holstein een bloeiende en dure
artsenpraktijk uit.
Auschwitz
Het is nagenoeg niet te beschrijven. We zagen de schoorstenen
van de verbrandingsoven roken en de stank van verbrand
mensenvlees sloeg neer op het kamp. Je keek naar die
schoorstenen en wist, dat jij ook elk ogenblik aangewezen kon
worden om letterlijk de pijp uit te gaan.
Wanneer het aantal vergasten de capaciteit van de
verbrandingsovens te boven ging, werden de lijken op een hoop
gegooid en buiten verbrand. De vergassing werd gevolgd door een
strenge controle van wat er misschien nog haalbaar was. Gouden
tanden werden uitgetrokken, de anus en de vagina werden
gecontroleerd op mogelijk verstopte sieraden.
Celine van der Hoek-de Vries
Amsterdam