Tijdgetuigen 1940-1945

Celine van der Hoek (1920)
Celine van der Hoek
1920

Tijdgetuigen 1940-1945
Verzetstrijders en overlevenden van concentratiekampen vertellen over hun leven

Celine van der Hoek in de Anti-Fascist

Auschwitz Nr. A - 25236

In Auschwitz bleef de trein staan. Einde van de reis en einde van mijn 24-jarig leven.

Mijn bril nam ik op de 'Rampe' (perron) af nadat wij de veewagons waren uitgeknuppeld. Hij besloeg door de stoom uit de locomotief. We werden  voortgeslagen naar het einde van het perron. Daar stond Mengele met een paar kamp-artsen. Dat was de keuze tegen een - tijdelijk nog - voortleven en de directe gang naar de gaskamers. Voor het nog te verrichten werk had men niet zoveel mensen meer nodig. Het was 1944 en de oorlog was voor Duitsland al verloren. Daarom werden door Mengele alleen de meest fitte mensen tot het leven in Auschwitz veroordeeld. Brillendragers waren niet de meest fitte. Maar ik had mijn bril af. Zo kwam ik bij de voorlopig levenden. Wat was erger?

We werden voortgedreven naar het kamp. Door de poort, waarboven in een boog de spreuk stond: 'Arbeit macht frei'. Toen we binnen waren, klapte ook die laatste valdeur achter ons toe.

Wat er verder gebeurde is een persoonlijke ervaring. Men moet goed begrijpen, dat in elk kamp de omstandigheden verschilden. Iedereen heeft het anders beleefd. Ik elk kamp waren de bewakers verschillend. Elke dag was ook weer anders. De goeie of de kwade bui van de SS-ers kon over je leven beslissen. Elke gevangene onderging het lot ook anders. Na de oorlog en na onze terugkomst zijn er hele discussies opgezet of aan de naakt uitgekledenen wél of niet een stukje zeep meegegeven werd om te gaan 'douchen'. In het ene kamp gebeurde dat wél, in het andere niet. Dat stukje zeep werd gegeven om de mensen te overtuigen, dat ze in een douche kwamen. Men had ze er natuurlijk ook zonder zeep in kunnen slaan, maar zo gaf het minder moeite.

We kwamen - ik spreek nu uitdrukkelijk over het Lager Birkenau, een 'Nevenkamp' van Auschwitz - in barakken, waar we in kribben, drie boven elkaar, moesten liggen, maar 8 tot 10 personen was dáár normaal. Met per krib 2 of 3 dekens. De allersterksten sliepen onder die dekens. Bij de toegangsdeur van de barak stond een bord met het opschrift 'Halte dich sauber', terwijl het binnen stikte van de luizen.

Eenvoudig

De dagindeling was eenvoudig. 's Morgens vroeg moest je aantreden, om 4 uur, voor het appèl op de binnenplaats. In de bittere kou, in de sneeuwjacht of in de regenstond je dan urenlang in de houding. Wanneer de bewakers en de officieren eindelijk kwamen aanslenteren, werden de gevangenen geteld en nog eens geteld. Soms klopte het aantal, soms niet. Dan begon alles weer opnieuw, 's morgens en 's avonds. Oudere mensen bezweken vaak en vielen om. Ze werden dan hardhandig afgerost, tot ze bewusteloos - of dood - weggedragen moesten worden. Dit kon, als het vaker voorkwam, de gaskamer betekenen.

Na het appèl werd het eten rondgedeeld: een klein stukje brood voor de gehele dag en soms wat salami of een stukje Harzer kaas. Daarna naar de barak terug en de dag verder wat rondlummelen. Soms moesten we graszoden van de ene naar de andere plaats brengen. Waarom, is me niet in herinnering gebleven.

 Zeker niet om het ons behaaglijker te maken, want op het terrein liep je tot aan de enkels in de modder. We leefden eeuwig, van uur tot uur in angst. Vooral bij de 'tussen-selecties'. Dan moest je naakt voor de SS opmarcheren en wie te mager was, verdween naar de gaskamers. Zelf heb ik driemaal een selectie meegemaakt. Driemaal kwam ik er door.

De sterksten moesten werken in de munitiefabrieken. Ik kwam in het vroegere Sudetenland terecht. Dit kamp heette Kratzau 11. Dit was in december 1944. Men wilde zoveel mogelijk het kamp evacueren. Het Rode Leger naderde. Half januari 1945 is Auschwitz bevrijd.

Hoe was het mogelijk?

Amsterdam

Als je 's avonds op je krib van honger, kou en de afgrijselijke luizenplaag niet kon slapen, dacht je over je toestand na. Hoe was het mogelijk, dat je in zo'n hel terechtgekomen was. Wat was dit voor onmenselijke wereld?

Natuurlijk, al voor de bezetting wisten we door de Joodse emigranten, iets af van het drama dat zich in Duitsland voltrok. Maar dat ons hetzelfde zou overkomen, nee, dat zagen we toen nog niet. Bij de bezetting in 1940 begon de twijfel te komen. Rijke Joden redden zich nog door voor veel geld naar Engeland en Amerika te vluchten; zij wisten kennelijk ook meer. 

Mijn moeder was een drukke zakenvrouw met drie grote filialen in elektrische apparaten . Ik kreeg een goede opvoeding met voortgezet onderwijs.

De deportaties waren nog niet begonnen, maar de maatregelen tegen de Joden wel. Zo mocht ik niets anders doen dan werken in een Joods gezin. Dat deed ik als kinderverzorgster en dienstmeisje.

Half juni 1942 fietste ik van mijn werk naar ons huis  in de Maasstraat , toen ik op de hoek van de Maasstraat en de Jekerstraat werd tegengehouden door een politieagent. Ik schrok natuurlijk: politie... mijn jodenster zat alleen maar met een veiligheidsspeld vast op mijn jurk! Ik kon zien dat mijn moeder en broer op een Duitse wagen werden geladen. (Mijn vader was al lang geleden overleden). Het bleek dat moeder de politieagent had verzocht - hoe weet ik ook niet - mij op te vangen, anders had ik natuurlijk ook mee gemoeten.

Onderduiken

Wat was er gebeurd? Mijn moeder bleek enkele waardevolle dingen uit ons huis in veiligheid te hebben willen brengen bij niet-Joodse vrienden. En dat was streng verboden. 

De politieman gaf me het adres van een voorlopig onderduikadres. Voortdurend moest ik weer naar een ander adres, tot ik - door loslippigheid - gepakt werd. Later hoorde ik, dat moeder en broer Jacques eerst 6 weken gevangenis hebben gekregen en daarna bij de eerste transporten zijn weggevoerd. Mijn Moeder in ieder geval naar Auschwitz. Van mijn broer weet ik niets zeker. Ze zijn in elk geval niet teruggekomen.

Ik werd twee keer opgepakt en kwam in het voorportaal van de dood terecht: de Hollandse Schouwburg. Twee maal is het mij ook gelukt er uit te komen. Hoe? Dat is voor u niet belangrijk. Voor mij wél natuurlijk, maar het zijn persoonlijke ervaringen, die de georganiseerde uitroeiing niet beïnvloedden.

Na een paar dagen verhoor, toen ik de laatste keer 'gepakt' werd in een huis aan het Oosterpark en een paar dagen in het huis van bewaring aan de Weteringschans had gezeten, werd ik met anderen per tram naar het CS vervoerd. Vandaar ging het naar Westerbork. Daar heb ik vier maanden doorgebracht.

Tenslotte ging ik ook op transport, richting Auschwitz. Precies weet ik het niet, maar die treintocht moet 3 a 4 dagen geduurd hebben, in veewagens. Elke keer als we ergens stopten, werd een deel van onze bagagedoor SS-ers weggenomen, zodat ik met een klein koffertje op het eindpunt aankwam, de grote koffers waren al verdwenen.

Daar zat ik dus in het vernietigingskamp. We werden geregistreerd. Alles gaat bij de Duitsers gründlich. In een lange rij voor de 'Schreibstube', we werden op kaart gezet, maar om vergissingen te voorkomen, werd ons kampnummer in onze armen getatoueerd.

Het laatste transport

Ik was bij het laatste transport naar Auschwitz. Dat vertrok op 12 september 1944. De mensen van de vorige transporten kregen hun tatouage op de onderarm, bovenop. De SS-ers, die begonnen te twijfelen aan de overwinning, pasten bij dit laatste transport een andere techniek toe. We moesten ons nummer wel getatoueerd krijgen, maar dan aan de binnenkant van de onderarm, in kleinere cijfers. Dat nummer is bij mij nóg groot genoeg!

Onze kleren moesten we uittrekken. Die gingen als 'Liebesgabe' naar uitgebomde Duitsers. Wij kregen lompen aan met een rode meniestreep op de rug. Mijn 'jurk' was veel te lang en ik struikelde daarom voortdurend. Een vriendin, die zeer grote borsten had, kreeg een veel te nauwe jurk, die dan ook prompt openbarstte, waardoor één borst bloot uit de scheur hing.

Kortom: zoals in alle kampen was de bedoeling je menselijke waardigheid te vernietigen. Daardoor ook konden in de barakken gevechten ontstaan over een stuk brood; had je haat en nijd en vriendinnenkliekjes. Bij die doelbewuste vernedering behoorde in Birkenau o.a. het afscheren van hoofd- en schaamhaar.

Bevrijd werden we door de Russen. We waren vrij te komen en te gaan buiten het prikkeldraad. Ik heb wat buiten het kamp gelopen en ben toen 24 kilo zwaar opgenomen in een ziekenbarak. De verpleegsters daar praatten nog vol bewondering over Hitler.

Daarna kwam ik in een ander ziekenhuis. Daar waren Amerikanen en later Nederlandse ambtenaren, die naar overlevende Nederlanders zochten, want het gebied zou weldra door de U.S.S.R. worden overgenomen.

Ariër

Met een militair vliegtuig werd ik naar het vliegveld Eelde vervoerd. Het eerste wat de verpleegster vroeg: 'Wilt u sigaretten of chocola?' Ik rookte niet, maar keek toch. Het merk sigaretten heette' Ariër'...

Later mocht ik van de dokter voorzichtig in de zon gaan wandelen. Mijn haar was nog niet aangegroeid en daarom had ik - vrouwelijke ijdelheid - een hoofddoekje om. Als ik in de straten van Eelde liep, werd ik daarom nageroepen met 'Moffenhoer'.

Op een dag sprak ik een politieagent aan en vertelde mijn ervaring in het dorp. Die man gaf het door aan het gemeentebestuur en de gevolgen waren verrassend. Elk huis werd bezocht en de situatie uiteengezet. Bij mijn volgende wandelingen werd er bij elk huis op het raam getikt. Ik moest dan binnenkomen, en kreeg zoveel eten aangeboden als ik lustte. Maar dat was niet meer nodig, want ik was intussen 32 kilo zwaar geworden en zoveel eten mocht ik ook niet.

Ja, dan natuurlijk terug naar Amsterdam. De drie filialen van mijn moeder waren overgenomen door een Duitse 'Verwalter', mijnheer Zimmerman. Hij woonde in een riante villa in Zandvoort en ik heb daar de dure meubels van mijn moeder zien staan. Ik kon niets terugkrijgen. Niet hij, maar ik moest bewijzen dat de spullen van óns waren. Zimmerman had natuurlijk alle rekeningen vernietigd en ik had geen bewijzen.

Daar stond ik dan. Hulp, ja dat wel.

Ik kreeg van het Nationaal Volksherstel 3 maanden lang een uitkering van f 80,- per maand. Daarna moest ik mezelf maar zien te redden. Van mijn uitgebreide familie van ooms, tantes en neven was niemand teruggekomen. Ik kreeg wel werk als kinderverzorgster, maar dat werk was me nu toch wat te zwaar geworden.

Nasleep

U, redactie van de Anti-Fascist, heeft me verzocht te schrijven over het kamp Auschwitz zelf. Maar ook de nasleep behoort daartoe, daarom heb ik dat vermeld.

Maar daarmee zijn we er nog niet. U staat nog steeds in de strijd - zoals wij - tegen het weer opkomend fascisme. In 1965 was er een openbare vergadering van het Nederlands Auschwitz Comité, waarbij ook de heer Wim Klinkenberg, journalist, aanwezig was. Hij was al geruime tijd bezig met het Auschwitz-proces in Frankfort/Main. Er bleken daar geen getuigen à decharge aanwezig te zijn, omdat de rechters dachten - althans dat zeiden ze - dat er toch geen overlevenden waren. De hoofdaangeklaagde, Dr. Lucas, had alleen getuigen à decharge.

De rechtbank is toen duidelijk gemaakt, dat er wel degelijk overlevenden waren en met tegenzin hebben de rechters toen moeten toegeven. Een vriendin en ik werden als getuigen opgeroepen. AI toen ik in het vliegtuig zat, werd mijn man door een Duitser opgebeld, dat hij er maar beter aan deed, zijn vrouw direct terug te laten komen, want anders.... De hoorn werd op het toestel geklapt.

Mijn man had het daar natuurlijk moeilijk mee. Maar hij heeft niet gebeld of getelegrafeerd. Hij kende me genoeg om te weten, dat ik toch niet terugkwam. En dat we er alleen maar ruzie om zouden krijgen. Intimidaties, daar had ik genoeg van.

Het proces vond plaats in een verenigingsgebouw (Gallus). Tijdens de lunch zaten daar nog verschillende oorlogsmisdadigers met ons in dezelfde zaal te eten. Zij waren nog niet veroordeeld. Ook in de wachtkamers voor getuigen zaten we samen met de getuigen à decharge (SS-ers en ander tuig). Mijn vriendin en medegetuige kon Dr. Lucas in de rechtszaal direct aanwijzen.

15 Jaar

Zij was als meisje van 15 jaar werkzaam bij het Kanada-kommando. Zij moest de kleding sorteren van de mensen die vergast werden en hen de nog verborgen sieraden afnemen.

Ik kende Dr. Lucas ook, doordat hij op de kampstraat gegroet werd door zijn medewerkers. U begrijpt dat hij zich nooit aan mij heeft voorgesteld. Hij selecteerde dan in de barakken. Er zijn vele chicanes geweest bij dit proces. Goed, mijn nummer stond duidelijk in mijn arm getatoueerd, maar de rechters zeiden, dat dat nummer niet overeen kwam met de nummers, die op een bepaalde datum werden uitgegeven. Later moesten ze toegeven, dat het op een misverstand berustte.

De laatste keer dat Lucas in onze barak selecteerde, koos hij ca. 100 vrouwen uit. Die hebben we nooit teruggezien. Lucas kreeg 3 jaar gevangenis met aftrek van voorarrest. Hij was weer vlug vrij en oefende in Sleeswijk Holstein een bloeiende en dure artsenpraktijk uit.

Auschwitz

Het is nagenoeg niet te beschrijven. We zagen de schoorstenen van de verbrandingsoven roken en de stank van verbrand mensenvlees sloeg neer op het kamp. Je keek naar die schoorstenen en wist, dat jij ook elk ogenblik aangewezen kon worden om letterlijk de pijp uit te gaan.

Wanneer het aantal vergasten de capaciteit van de verbrandingsovens te boven ging, werden de lijken op een hoop gegooid en buiten verbrand. De vergassing werd gevolgd door een strenge controle van wat er misschien nog haalbaar was. Gouden tanden werden uitgetrokken, de anus en de vagina werden gecontroleerd op mogelijk verstopte sieraden.

 

Celine van der Hoek-de Vries
Amsterdam

Naar de inhoudsopgave Naar het verhaal van Mientje Naar het verhaal van Dirk Naar het verhaal van Celine Naar het verhaal van Jan Naar het verhaal van Truus Naar het verhaal van Cor Naar het verhaal van Mirjam Naar het verhaal van Fred Naar het verhaal van Els Overzicht van de Tijdgetuigen