Kleine en jonge kinderen hebben die emotionele gevoelens nog
niet zoals, de koude rillingen over je rug voelen lopen,
vochtige ogen krijgen of er rolt zomaar een traan over je wang
naar je kin. Neen, een kind heeft lol, dus lacht, schatert of
... heeft verdriet en huilt, een kind is kwaad en schreeuwt, is
tevreden en koestert op moeders schoot. Zo simpel is het
kinderleven ... of niet.
Mijn gedachten gaan terug naar vrijdag 1 apri11955. De grote
Gemeente tramstaking van 31 maart t/m 4 april 1955 in Amsterdam
is net aangevangen. Op die vrijdagavond, omstreeks half acht 's
avonds, stond het bijna 7-jarige jongetje op de hoek van de
Stalinlaan (nu Vrijheidslaan) en de Kromme Mijdrechtstraat, aan
de hand van zijn moeder tussen al die andere vaders en moeders
met hun kinderen. Zij kijken naar die eindeloze rij van trams op
weg naar de remise Lekstraat.
Het jongetje met de blauwe ogen en het opgeknipt blonde
koppie huiverde en rilde bij het zien van dit tram -machtsvertoon. Want zijn
vader en een heleboel 'ooms', Ome Jack
Roos, Ome Joop van Willigenburg, Ome Jan van der Zee, Ome
heleboel, hadden hier mee te maken. De laatste week was hun
woonkamer en de aangrenzende slaapkamer in de benenden woning
aan het Meerhuizenplein 34 voortdurend ontruimd en voorzien van
stoelen met dikke planken ertussen, waarop al die 'omes' plaats
namen om heel lang te praten over 'secundaire'
arbeidsvoorzieningen, herclassificaties en een 10%
loonsverhoging.
Wat dat betekende wist hij niet, hij snapte er niks van, wel
begreep hij dat als de trambazen en Burgemeester 'd Ailly, de
man met de ketting om zijn hals die op de Dam Sint Nicolaas
altijd zo aardig ontving, het goed vonden, hij van de zomer een
echte korte broek zou krijgen en geen afgeknipte lange broek,
die hij al twee hele winters had moeten dragen.
En misschien kreeg hij de volgende winter wel gevoerde laarsjes
in plaats van die kaplaarzen waarvan je op je kuiten zo'n
uitslag en jeuk kreeg ... en misschien ook wel eens echte
priklimonade of coca cola of ...
Zijn vader en die 'Omes', met de blauwe overalls, voorzien
van de metalen ronde penning met nummer, hun zware schoenen met
harde neuzen, hun conducteurspetten en grove jassen, die had hij
horen zeggen, heel laat in de avond vanuit zijn bed, 't is
genoeg, 't is uit, we pikken het niet langer, op 31 maart STAAKT
DE TRAM !
"De tram staakt" had hij gedacht, staakt?! Hij wist
wel van de Februaristaking, daar ging hij met zijn vader en
moeder altijd naar toe. Een grote rij van mensen, met kransen en
bloemen. Daar bij het beeld van die sterke man vlakbij het
Waterlooplein. Daar kon je dan je koude handen en voeten warmen
bij een stalen mand met gloeiende kooltjes. Gingen nu al die
trams daar naar toe, zij hadden tenminste gezegd, "de tram
staakt".
Toen de laatste 'Ome' weg was en zijn vader kwam kijken of
hij wel sliep, had hij hem gevraagd: "Pappa, er kunnen toch
niet zoveel trams bij die sterke man (dokwerker) van de
staking". "Maar jongen", antwoordde vader, die
onmiddellijk begreep wat zijn jongen bedoelde, "een staking
betekent niet gaan werken om de dure hoge heren te laten zien,
dat je bereid bent om te knokken voor meer geld voor jouw vrouw
en kinderen " en hij aaide met z'n grote eeltige hand
even door de blonde haartjes van z'n jongen en voegde eraan toe:
"als wij het nu winnen, zullen jij en je vriendjes het
later ook beter hebben en nu slapen!" Hoe laat hij die nacht in
slaap viel, wist hij niet meer, maar hij was moe die volgende
ochtend.
De open blauwe trams van lijn 4, de nieuwe lijn 25, de lijn 5
met een bijwagen met de ingang in het midden en een verhoging op
het achtereind, daverden langs. Zij werden door de mensenmassa
op de laan met applaus beloond. Dat waren nog eens kerels, zij
kwamen op voor hun rechten. Hij voelde zich trots maar ook
rillerig. Waarom had hij het nu koud en zijn moeder van die rode
ogen. De trams waren na één dag staking de straat weer op gereden,
omdat de burgemeester had beloofd met de stakingsleiders,
waaronder zijn vader, te gaan praten. De burgemeester bleek
echter op het afgesproken tijdstip geen tijd te hebben. Hij
dacht natuurlijk, "zo de trams rijden weer", maar dan
kende hij zijn Vader en zijn 'Omes' nog niet, want die hadden
gezegd, niet praten, "okay plat die handel", terug
naar de remise. De burgemeester moest maar weten dat het geen 1
april mop was, dat moest 'ie' maar aan hem overlaten met zijn
vriendjes van de Meerhuizenschool. Zijn Vader was bezig met een
echte STAKING en daar hoorde geen geintjes bij.
Een STAKING waarop zijn vriendjes jaloers waren, hij hoorde
ze denken: "goh, ik wou dat ik zo'n vader had". Eén
ding begreep hij niet, waarom schreef de krant Het Parool nou,
dat de stakingsleiders in de gevangenis gestopt moesten worden
en waarom wilde de meneer van de vakbond, Ad Vermeulen, dat de
stakers die lid waren van zijn vakbond niet meededen.
"Uittreden", schreeuwde hij ,"alle NVV-en Abva
leden uittreden". Dat had mijn Vader meer gehoord gaf hij
die schreeuwerige man als antwoord, "maar toen schreeuwden
ze austreten". Een vakbond is toch voor arbeiders en nu
wilde die vakbond dat zij met hun staking stopten en luisterden
naar de KVP wethouder van Wijck en de Gemeente
bedrijfsdirecteuren.
Op maandag 4 april werd de staking beëindigd. Het werk werd
hervat nadat de Christelijke Bond van Overheidspersoneel en de
Katholieke Overheidsbond het voorbeeld van de EVC (Eenheid Vak
Centrale) volgden en de eisen en grieven van de stakers
erkenden.
De jongen was toch ook wel blij dat het werk was hervat. Nu
kon hij weer naar de remise, zijn vader z'n kuchie, in een
krantje gewikkeld, brengen. Een chocomelletje drinken bij Ome
Nol de portier. Heen en weer rijden in de immens grote
kraanwagen op de schoot van zijn vader of een ritje maken in de
remise met lijn 4 of even naar het vuur kijken van de smid.
Niets van dit alles, de jongen was niet meer gewenst in de
remise Lekstraat. Zijn vader en nog 61 collega's behoefden niet
meer terug te komen, zij waren geschorst, hetgeen tot hun
ontslag moest leiden. Zij hadden leiding gegeven aan een
staking, zij hadden geknokt voor hun 'vreten' met nog 4000 man.
Dat nam burgemeester 'd Ailly en zijn college niet, er moest
boete gedaan worden voor hun verlies.
De werkelijke verantwoordelijken voor de staking waren de
wethouder en de directieleden van de Gemeentebedrijven die de
bezuinigingspolitiek uitvoerden. Zij waren schuldig en behoorden
op de plaats te staan van 62 eerlijke arbeiders die hun inzet
met ontslag zagen beloond. Alleen de leden van de
gemeenteraadsfractie van de CPN protesteerden heftig tegen deze
ontslagen.
Dat jochie heeft toen niets over het ontslag van zijn Vader,
zijn stakingsheld, aan zijn vriendjes durven te vertellen.
Dertig jaar later werden alle stakers door de Gemeente
gerehabiliteerd.
Ook dertig jaar later, in 1985, werd datzelfde jochie
herinnerd aan die tijd, toen de gemeenteregenten het in de jaren
50 het nog te vertellen hadden. Nu, op veel kleinere schaal;
opnieuw werd hij geconfronteerd met dezelfde hoofdrolspelers.
Het ging opnieuw over bezuinigingen. Toen in 1955 waren het een
wethouder en de vakbond die gezamenlijk arbeiders de mond wilden
snoeren en kregen daarbij de steun van het dagblad Het Parool
met zeer tendentieuze berichtgeving. In 1955 was het minister
Beel en in 1985 was het minister Brinkman die 'rucksichtslos'
bezuinigingsoperaties uitvoerden waardoor gezinnen naar
bijstandniveau verhuisden.
In 1983 presenteerde de wethouder zijn meerjarennota met o.a.
een bezuinigingscijfer gelijk aan de inkrimping van vijftien speeltuinwerkers bij het Amsterdams Speeltuin verbond. Opnieuw
was daar die vader die als bondsbestuurder maar nu met zijn zoon
-als ondernemingsraadslid -aan zijn zijde, furieus reageerde. Zij 'mobiliseerden' vele speeltuinvrijwilligers voor
een protestactie bij een bezoek van minister Brinkman aan het
Amsterdams stadhuis. Het Amstelveld werd voor een dag omgebouwd
tot een grote speeltuin.
Vakbond Abva liet verstek gaan en protesteerde in het geheel
niet bij de Gemeente Amsterdam. In tegendeel zelfs, deze vakbond
belasterde in opdracht van de beroepsmatige directie van het
Amsterdams Speeltuin Verbond het bondsbestuur, bestaande uit
vrijwilligers. Zij gebruikte hiervoor het dagblad Het Parool. De
vakbond had haar keus gemaakt, op de bres voor falende
beroepskrachten in de directie en voor het afbreken van de
formatieplaatsen voor het personeel op de speeltuinen.
Achteraf bleek de achterliggende vakbondsgedachte; "die
bond is toch niet meer te redden met de aanstormende
bestuurlijke reorganisatie in Amsterdam (stadsdelen)". De
Gemeente (jeugdzaken) maakte dankbaar gebruik van deze
vakbondsactie. De 15000 families tellende Amsterdamse Speeltuin
Bond werd in 1986 onder druk van de Gemeentelijke beleidsmakers
geliquideerd.
De vader kon als vrijwillige bondsbestuurder niet zoals in
1955 ontslagen worden. De zoon wel, hij werd eruit geflikkerd,
ondanks zijn lidmaatschap van de Ondernemingsraad, wegens
onbetamelijk gedrag naar de directie. Kinderen krijgen dus toch
wat mee van huis.
Wat is de zoon blij het kind van een staker te zijn en
niet die van een MAFFER !!
(voor degenen die het niet weten: de
omschrijving van een maffer is; onderkruiper, werkwillige bij
stakingen)