Tijdgetuigen 1940-1945

Dirk Neijssel (1922 - 2001)
Dirk Neijssel
1922-2001

Tijdgetuigen 1940-1945
Verzetstrijders en overlevenden van concentratiekampen vertellen over hun leven

In memoriam Dirk Willem Christiaan Neijssel

De Tram en de Speeltuin

zijn zoon Dick Neijssel

Kleine en jonge kinderen hebben die emotionele gevoelens nog niet zoals, de koude rillingen over je rug voelen lopen, vochtige ogen krijgen of er rolt zomaar een traan over je wang naar je kin. Neen, een kind heeft lol, dus lacht, schatert of ... heeft verdriet en huilt, een kind is kwaad en schreeuwt, is tevreden en koestert op moeders schoot. Zo simpel is het kinderleven ... of niet.

Mijn gedachten gaan terug naar vrijdag 1 apri11955. De grote Gemeente tramstaking van 31 maart t/m 4 april 1955 in Amsterdam is net aangevangen. Op die vrijdagavond, omstreeks half acht 's avonds, stond het bijna 7-jarige jongetje op de hoek van de Stalinlaan (nu Vrijheidslaan) en de Kromme Mijdrechtstraat, aan de hand van zijn moeder tussen al die andere vaders en moeders met hun kinderen. Zij kijken naar die eindeloze rij van trams op weg naar de remise Lekstraat.

Het jongetje met de blauwe ogen en het opgeknipt blonde koppie huiverde en rilde bij het zien van dit tram -machtsvertoon. Want zijn vader en een heleboel 'ooms', Ome Jack Roos, Ome Joop van Willigenburg, Ome Jan van der Zee, Ome heleboel, hadden hier mee te maken. De laatste week was hun woonkamer en de aangrenzende slaapkamer in de benenden woning aan het Meerhuizenplein 34 voortdurend ontruimd en voorzien van stoelen met dikke planken ertussen, waarop al die 'omes' plaats namen om heel lang te praten over 'secundaire' arbeidsvoorzieningen, herclassificaties en een 10% loonsverhoging.

Wat dat betekende wist hij niet, hij snapte er niks van, wel begreep hij dat als de trambazen en Burgemeester 'd Ailly, de man met de ketting om zijn hals die op de Dam Sint Nicolaas altijd zo aardig ontving, het goed vonden, hij van de zomer een echte korte broek zou krijgen en geen afgeknipte lange broek, die hij al twee hele winters had moeten dragen.
En misschien kreeg hij de volgende winter wel gevoerde laarsjes in plaats van die kaplaarzen waarvan je op je kuiten zo'n uitslag en jeuk kreeg ... en misschien ook wel eens echte priklimonade of coca cola of ...

Zijn vader en die 'Omes', met de blauwe overalls, voorzien van de metalen ronde penning met nummer, hun zware schoenen met harde neuzen, hun conducteurspetten en grove jassen, die had hij horen zeggen, heel laat in de avond vanuit zijn bed, 't is genoeg, 't is uit, we pikken het niet langer, op 31 maart STAAKT DE TRAM !

"De tram staakt" had hij gedacht, staakt?! Hij wist wel van de Februaristaking, daar ging hij met zijn vader en moeder altijd naar toe. Een grote rij van mensen, met kransen en bloemen. Daar bij het beeld van die sterke man vlakbij het Waterlooplein. Daar kon je dan je koude handen en voeten warmen bij een stalen mand met gloeiende kooltjes. Gingen nu al die trams daar naar toe, zij hadden tenminste gezegd, "de tram staakt".

Toen de laatste 'Ome' weg was en zijn vader kwam kijken of hij wel sliep, had hij hem gevraagd: "Pappa, er kunnen toch niet zoveel trams bij die sterke man (dokwerker) van de staking". "Maar jongen", antwoordde vader, die onmiddellijk begreep wat zijn jongen bedoelde, "een staking betekent niet gaan werken om de dure hoge heren te laten zien, dat je bereid bent om te knokken voor meer geld voor jouw vrouw en kinderen " en hij aaide met z'n grote eeltige hand even door de blonde haartjes van z'n jongen en voegde eraan toe: "als wij het nu winnen, zullen jij en je vriendjes het later ook beter hebben en nu slapen!"  Hoe laat hij die nacht in slaap viel, wist hij niet meer, maar hij was moe die volgende ochtend.

De open blauwe trams van lijn 4, de nieuwe lijn 25, de lijn 5 met een bijwagen met de ingang in het midden en een verhoging op het achtereind, daverden langs. Zij werden door de mensenmassa op de laan met applaus beloond. Dat waren nog eens kerels, zij kwamen op voor hun rechten. Hij voelde zich trots maar ook rillerig. Waarom had hij het nu koud en zijn moeder van die rode ogen. De trams waren na één dag staking de straat weer op gereden, omdat de burgemeester had beloofd met de stakingsleiders, waaronder zijn vader, te gaan praten. De burgemeester bleek echter op het afgesproken tijdstip geen tijd te hebben. Hij dacht natuurlijk, "zo de trams rijden weer", maar dan kende hij zijn Vader en zijn 'Omes' nog niet, want die hadden gezegd, niet praten, "okay plat die handel", terug naar de remise. De burgemeester moest maar weten dat het geen 1 april mop was, dat moest 'ie' maar aan hem overlaten met zijn vriendjes van de Meerhuizenschool. Zijn Vader was bezig met een echte STAKING en daar hoorde geen geintjes bij.

Een STAKING waarop zijn vriendjes jaloers waren, hij hoorde ze denken: "goh, ik wou dat ik zo'n vader had". Eén ding begreep hij niet, waarom schreef de krant Het Parool nou, dat de stakingsleiders in de gevangenis gestopt moesten worden en waarom wilde de meneer van de vakbond, Ad Vermeulen, dat de stakers die lid waren van zijn vakbond niet meededen. "Uittreden", schreeuwde hij ,"alle NVV-en Abva leden uittreden". Dat had mijn Vader meer gehoord gaf hij die schreeuwerige man als antwoord, "maar toen schreeuwden ze austreten". Een vakbond is toch voor arbeiders en nu wilde die vakbond dat zij met hun staking stopten en luisterden naar de KVP wethouder van Wijck en de Gemeente bedrijfsdirecteuren.

Op maandag 4 april werd de staking beëindigd. Het werk werd hervat nadat de Christelijke Bond van Overheidspersoneel en de Katholieke Overheidsbond het voorbeeld van de EVC (Eenheid Vak Centrale) volgden en de eisen en grieven van de stakers erkenden.

De jongen was toch ook wel blij dat het werk was hervat. Nu kon hij weer naar de remise, zijn vader z'n kuchie, in een krantje gewikkeld, brengen. Een chocomelletje drinken bij Ome Nol de portier. Heen en weer rijden in de immens grote kraanwagen op de schoot van zijn vader of een ritje maken in de remise met lijn 4 of even naar het vuur kijken van de smid.

Niets van dit alles, de jongen was niet meer gewenst in de remise Lekstraat. Zijn vader en nog 61 collega's behoefden niet meer terug te komen, zij waren geschorst, hetgeen tot hun ontslag moest leiden. Zij hadden leiding gegeven aan een staking, zij hadden geknokt voor hun 'vreten' met nog 4000 man. Dat nam burgemeester 'd Ailly en zijn college niet, er moest boete gedaan worden voor hun verlies.

De werkelijke verantwoordelijken voor de staking waren de wethouder en de directieleden van de Gemeentebedrijven die de bezuinigingspolitiek uitvoerden. Zij waren schuldig en behoorden op de plaats te staan van 62 eerlijke arbeiders die hun inzet met ontslag zagen beloond. Alleen de leden van de gemeenteraadsfractie van de CPN protesteerden heftig tegen deze ontslagen.

Dat jochie heeft toen niets over het ontslag van zijn Vader, zijn stakingsheld, aan zijn vriendjes durven te vertellen. Dertig jaar later werden alle stakers door de Gemeente gerehabiliteerd.

Ook dertig jaar later, in 1985, werd datzelfde jochie herinnerd aan die tijd, toen de gemeenteregenten het in de jaren 50 het nog te vertellen hadden. Nu, op veel kleinere schaal; opnieuw werd hij geconfronteerd met dezelfde hoofdrolspelers. Het ging opnieuw over bezuinigingen. Toen in 1955 waren het een wethouder en de vakbond die gezamenlijk arbeiders de mond wilden snoeren en kregen daarbij de steun van het dagblad Het Parool met zeer tendentieuze berichtgeving. In 1955 was het minister Beel en in 1985 was het minister Brinkman die 'rucksichtslos' bezuinigingsoperaties uitvoerden waardoor gezinnen naar bijstandniveau verhuisden.

In 1983 presenteerde de wethouder zijn meerjarennota met o.a. een bezuinigingscijfer gelijk aan de inkrimping van vijftien speeltuinwerkers bij het Amsterdams Speeltuin verbond. Opnieuw was daar die vader die als bondsbestuurder maar nu met zijn zoon -als ondernemingsraadslid -aan zijn zijde, furieus reageerde. Zij 'mobiliseerden' vele speeltuinvrijwilligers voor een protestactie bij een bezoek van minister Brinkman aan het Amsterdams stadhuis. Het Amstelveld werd voor een dag omgebouwd tot een grote speeltuin.

Vakbond Abva liet verstek gaan en protesteerde in het geheel niet bij de Gemeente Amsterdam. In tegendeel zelfs, deze vakbond belasterde in opdracht van de beroepsmatige directie van het Amsterdams Speeltuin Verbond het bondsbestuur, bestaande uit vrijwilligers. Zij gebruikte hiervoor het dagblad Het Parool. De vakbond had haar keus gemaakt, op de bres voor falende beroepskrachten in de directie en voor het afbreken van de formatieplaatsen voor het personeel op de speeltuinen.

Achteraf bleek de achterliggende vakbondsgedachte; "die bond is toch niet meer te redden met de aanstormende bestuurlijke reorganisatie in Amsterdam (stadsdelen)". De Gemeente (jeugdzaken) maakte dankbaar gebruik van deze vakbondsactie. De 15000 families tellende Amsterdamse Speeltuin Bond werd in 1986 onder druk van de Gemeentelijke beleidsmakers geliquideerd.

De vader kon als vrijwillige bondsbestuurder niet zoals in 1955 ontslagen worden. De zoon wel, hij werd eruit geflikkerd, ondanks zijn lidmaatschap van de Ondernemingsraad, wegens onbetamelijk gedrag naar de directie. Kinderen krijgen dus toch wat mee van huis.

Wat is de zoon blij het kind van een staker te zijn en niet die van een MAFFER !!

(voor degenen die het niet weten: de omschrijving van een maffer is; onderkruiper, werkwillige bij stakingen)

Naar de inhoudsopgave Naar het verhaal van Mientje Naar het verhaal van Dirk Naar het verhaal van Celine Naar het verhaal van Jan Naar het verhaal van Truus Naar het verhaal van Cor Naar het verhaal van Mirjam Naar het verhaal van Fred Naar het verhaal van Els Overzicht van de Tijdgetuigen