Dirk Willem Christiaan Neijssel werd in 1922 op Kattenburg
geboren. Als echte volksjongen werd hij al snel geconfronteerd
met armoede en dus met 'steun'. Die 'steun-tijd' van hand
op houden en dank je wel spelen, heeft DWC. Neijssel tot een
strijdbaar man gevormd. De emancipatie van de arbeider werd zijn
tweede ik. Gelijke rechten en goede basisvoorzieningen voor de
werkende klasse werd zijn doelstelling.
Achttien jaar was DWC. N. toen de 2e Wereld Oorlog uitbrak en
het was voor hem heel gewoon dat hij, zonder enige weifeling, deelnam aan het Ondergrondse Verzet. De illegale CPN
(Communistische Partij Nederland) was in oorlogstijd een
logische keuze voor de arbeidsjongen DWC. N. Met alle
mogelijkheden en dikwijls met gevaar voor eigen leven bestreed
de jonge Neijssel met zijn kameraden het fascistische Duitse
regiem meedogenloos.
Na de oorlog bleef hij zich tot 1956 inzetten voor de CPN,
onder meer met de organisatie voor kinderinstuif middagen in
Felix Meritis met onder andere de wereldberoemde films van de
herdershond Rin TinTin.
Nederland moest herbouwd worden, maar vooral voor de kinderen
moest een veilige nieuwe wereld ontstaan, vond DWC. N. Van
waaruit kon dat beter gerealiseerd worden dan vanuit de
speeltuin. Voor de oorlog was DWC. N. al in de Rivierenbuurt
terecht gekomen, op het Meerhuizenplein. Het was vrijwel
vanzelfsprekend dat daardoor eind jaren '40 DWC. N.
werkzaamheden ging verrichten voor die kindervereniging aan de
Gaaspstraat.
De maatschappij liet DWC. N. niet los. Inmiddels had DWC. N.
een goede, leidinggevende baan afgedwongen bij het Gemeentelijk
Vervoer Bedrijf in de remise Lekstraat. Ook hier stond DWC. N.
op de bres voor de arbeiders. Betere secundaire
arbeidsvoorwaarden en goede vakopleidingen was de eis van de
GVB-ers in 1955. Een eis die zoals gewoonlijk niet zomaar werd
ingewilligd. Een grote staking was het gevolg. De voorzieningen
kwamen er op termijn, maar eerst vlogen er meer dan 60
stakingsleiders de laan uit, DWC. N. was er een van. Deze
stakingsleiders werden overigens 30 jaren later alle
gerehabiliteerd. Hun staking was rechtvaardig vond de politiek
van nu!
In 1956 verkreeg het KinderVakantieHuis van de speeltuin in
het Gooi, na een bezoek van koningin Juliana, een aansluiting op
het elektriciteitsnet. Electromonteur DWC. N. werd door 'Opa'
Lucassen ingeschakeld om de gasverlichting en olielampen van het
Vakantiehuis te vervangen door de eigentijdse gloeilampen. Vele
zaterdagmiddagen (zaterdagochtend werd nog bij de baas gewerkt)
stond DWC. N. met zijn gezin in de Wibautstraat op de bus te
wachten om te vertrekken naar Valkeveen om zijn weekend te
besteden aan de nieuwe elektrische installatie.
Maar niet alleen de speeltuinjeugd had de aandacht van DWC.
N. De voetbalclub van de Rivierenbuurt TIW (Trainen is Winnen)
had gebrek aan kader voor de jeugdafdeling. DWC. N. die al op de
vroege zondagochtend zorg droeg voor het vervoer van het
jeugdelftal van zijn zoontje bij uitwedstrijden zette zijn
bestuurlijke schouders onder het jeugdvoetbal en werd voorzitter
van de jeugdcommissie. Tevens werd hij de grote stimulator voor
een betere clubaccommodatie. Samen met een vader van een
jeugdlid, die leraar was op een ambachtschool aan de Meeuwenlaan
in Noord, realiseerde hij een 'echt' clubgebouw op het sportpark
Drieburg voor 'zijn' TIW (nu fusie-vereniging JOS/Watergraafsmeer).
De speeltuinorganisatie in Zuid bleef jarenlang terugvallen
op de ervaring en 'spirit' van DWC. N. Telkens wanneer de
speeltuinvereniging in moeilijke tijden verkeerde, was het DWC.
N. die zich liet verkiezen tot voorzitter en binnen afzienbare
tijd braken er betere tijden aan.
Ook de stedelijke speeltuinorganisatie het ASV maakte gebruik
van de dynamiek en daadkracht van DWC. N. In 1976 nam hij de
zware taak van het ASV-interim voorzitterschap op zich. Tijdens
dit voorzitterschap werd een 'echte' Ondernemingsraad voor het
speeltuinpersoneel met een rechtspositie reglement tot stand
gebracht. Tien jaren later redde DWC. N. als penningmeester het
ASV van de ondergang door op basis van vrijwilligheid het
management op zich te nemen dat door een falende beroepsmatige
directie tot een financiële chaos was geworden.
In 1986 werd een lang gekoesterde wens vervuld, de onthulling
door burgemeester van Thijn, van het Kindermonument ter
nagedachtenis aan de Jodenmarkt 1941- 1943 op de speeltuin ten
tijde van de Duitse bezetting. Jarenlang had hij zich
ingespannen voor de verwezenlijking van een dergelijk monument
bij de speeltuin dat een eeuwige waarschuwing moest zijn tot
welke verschrikkingen racisme en discriminatie leiden.
AI maakte hij al jaren niet meer deel uit van het
speeltuinbestuur, nog altijd was de zeventiger DWC. N. actief.
Indrukwekkend waren zijn betogen tijdens de voorlichtingen aan
scholen en maatschappelijke organisaties over de raakvlakken van
het racisme van toen en nu.
Tot voor kort zag je DWC. N., lid van de commissie
speeltuinbeheer, met zijn grote eeltige handen slepen en zo
nodig scheppen op 'zijn' speeltuin waarbij regelmatig Opa Dick's
grote knuisten de haardos beroeren van zijn SpeeltuinKinderen!
Opa Dick bleef een arbeider en een communist zoals Lenin het
bedoelde en daar was hij vreselijk trots op.