Tijdgetuigen 1940-1945

Mirjam Ohringer (1924)
Mirjam Ohringer
1924

Tijdgetuigen 1940-1945
Verzetstrijders en overlevenden van concentratiekampen vertellen over hun leven

Interview van Carry van Lakerveld met

doorzetster Mirjam Ohringer

Opgevoed door Marx en Moses

Mirjam Ohringer in Dachau. Sinds 1986 spreekt zij jaarlijks samen met haar vriendin Els Schalker-Karstanje, wiens vader in Dachau omkwam, voor jongeren van het internationale zomerkamp georganiseerd door de Gedenkstätte Dachau.Mirjam Ohringer is al vele jaren een van de drijvende krachten in onder meer de Vriendenkring Mauthausen. Zij spreekt vaak voor jonge mensen, in Nederland, in Duitsland en in Oostenrijk. En zij is altijd actief als het gaat om antiracisme en bestrijding van vreemdelingenhaat. Carry van Lakerveld sprak met een vrouw die nu wat moeilijker loopt, maar die geen sikkepit minder strijdbaar is als het om haar diepste idealen gaat.

"Zolang als ik het leven heb, ga ik er mee door. Ik kan nu geen echte lange stukken meer lopen, maar als ik een Duitse groep heb in het Verzetsmuseum en ze rondom het Verzetsmuseum nog verschillende dingen willen zien, de Hollandsche Schouwburg of het Auschwitz monument, dan zeg ik: "ik ga met jullie mee, maar jullie moeten me duwen." Nou en dan duwen ze me in een rolstoel. Ik ben gelukkig niet ziek."

Mirjam Ohringer, 77 jaar oud, is opgevoed met de socialistische idealen van een maatschappij waarin mensen gelijkwaardig kunnen zijn en gelijke kansen moeten hebben. Vanuit die achtergrond en de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog is ze tot op de dag van vandaag actief.

Het is niet gemakkelijk haar iets meer over haar persoonlijke leven te laten vertellen. Maar uiteindelijk vertelt zij mij: "Ik ben in 1924 geboren in Amsterdam. Mijn ouders waren toen nog niet lang in Nederland. Ze kwamen uit Polen, uit Galicië, dat deel van Polen dat vóór de Eerste Wereldoorlog nog bij Oostenrijk was. Mijn vader werd opgeroepen voor militaire dienst, maar 't was zijn oorlog niet en hij vertrok naar Duitsland, waar al in 1913 ook het ouderlijk gezin van mijn moeder naar toe was getrokken. Vader zwierf heen en weer van Duitsland naar Nederland en terug en bleef uiteindelijk in Nederland. Mijn moeder is hem toen achterna gekomen en zodoende ben ik in Amsterdam geboren.

Mirjam Ohringer op een basisschool in KaatsheuvelMijn beide grootvaders waren chassidische Joden en mijn ouders zijn dus heel vroom opgevoed. Maar zij hebben al vrij snel de religie opzij geschoven. De revolutie in Rusland in 1917 maakte op hen een diepe indruk en zij hadden een zeer linkse pro-Sovjet instelling. Ik ben, zeg ik altijd, opgevoed met Marx en Mozes. Al toen ik een jaar of zes was werden me bepaalde beginselen van Marx bijgebracht. Maar aan de andere kant gingen we toen mijn oma nog leefde met Pesach altijd naar Hagen in Duitsland en mijn moeder voerde een koosjere huishouding, anders kon mijn oma niet op bezoek komen. Mijn vader leerde me bijvoorbeeld al toen ik zes was Jiddisch schrijven.

Maar mijn ouders waren geen lid van de Communistische Partij, want ze waren stateloos en dan mocht je geen politieke activiteiten ondernemen. Mijn vader was wel betrokken bij de oprichting van Anski. Dat was een vereniging van Oosteuropese Joden uit landen als Rusland, Polen en Tsjechië, die is genoemd naar een progressieve Jiddische schrijver, Rapaport, die onder het pseudoniem Sch. Anski schreef.

Integreren

Zoals mijn vader waren er heel veel jonge Joodse jongens die opgeroepen werden voor de oorlog en het was niet zo gek dat ze naar het neutrale Nederland kwamen. Later kwamen er trouwens ook veel Oost-Europese Joden naar Nederland om politieke en economische redenen. De meeste leerden heel snel Nederlands. Integreren is nu eenmaal bij Joden een gegeven, daar hebben ze zich zeg maar rustig duizenden jaren staande mee gehouden.

Maar er was wel behoefte om iets met de eigen taal en cultuur te doen en daarom is in 1921 Anski opgericht voor mensen die Jiddisch als moedertaal hadden. Er werd natuurlijk ook over politiek gesproken. Er waren twee belangrijke politieke richtingen in Anski, een sociaal-democratische en een communistische, en dat leverde natuurlijk botsingen en problemen op. Toen de Sovjet Unie in 1939 een niet-aanvalsverdrag met Nazi Duitsland sloot kwam het tot een splitsing. Vanaf dat moment had je twee piepkleine Anski's."

De Ohringers en hun familie hadden vervolging en antisemitisme aan den lijve meegemaakt en zij waren er zich na 1933 toen Hitler aan de macht kwam terdege van bewust dat het verkeerd kon gaan. Mirjams hele familie woonde in Polen en in Duitsland. Sommige van hen wilden naar Nederland komen maar haar ouders waren in 1933 gescheiden. Mirjams moeder was naar Frankrijk vertrokken, zonder haar dochter die door haar man in Nederland werd vastgehouden. In die situatie durfde de familie niet naar Nederland te gaan.

Na de bezetting van Nederland door Duitsland in mei 1940 was er nog even sprake van of er een mogelijkheid was om weg te komen, maar er was geen geld. Mirjam Ohringer: "Het is altijd sappelen geweest. Mijn vader handelde in lapjes stof die overbleven, kleermakersafval, dat kocht hij op en dat werd gesorteerd en van de beste kwaliteit werden in de fabriek de vezels uit elkaar gestampt en dan werd er weer stof van gemaakt, een soort recycling dus. Soms ging het goed maar vaker ging het minder goed en dan konden we de huur niet betalen en dan ging ik naar de deurwaarder om te onderhandelen over de aflossing van de schuld. Dus in mei 1940 konden we helemaal niet weg.

Mirjam Ohringer met een groep Duitse jongerenIk zat gewoon op school, op het Barlaeus Gymnasium en in december 1940 zijn we met een klein groepje mensen de illegale Waarheid gaan maken. We tikten berichten over op stencil en dan werd dat stencil ergens naar toegebracht waar een machine stond waarop het kon worden afgedraaid. Als ik naar school ging bracht ik zo'n krantje naar een vertrouwd iemand en die moest het aan zoveel mogelijk mensen laten lezen en dan haalde ik hem na school weer op. Je moest woekeren met één zo'n krantje. Later stond er ook een stencilmachine bij ons thuis.

Na de Februaristaking in 1941 moesten vrienden van mijn vader, Eva, ook een Poolse, en Simon Korper, onderduiken. Ze zaten in Amstelveen, maar niet samen en ik werd dus verbinding. Dat viel niet op, zo'n jong meisje op een fietsje.

1941 was een heel dramatisch jaar voor mij, want op 11 juni was mijn vriend Ernst bij een grote razzia opgepakt. Hij was een Duitse vluchteling, ook een linkse jongen, Ik was heel erg verliefd op hem. Toen onze relatie bloeide ging het heel goed met me op school, daarna ging alles slecht.

In september '41 moesten alle Joodse kinderen van school af en we moesten naar het Joods Lyceum. Op dezelfde dag dat de school openging, op 15 oktober 1941, kreeg ik het doodsbericht van Ernst uit Mauthausen. Eén van zijn vrienden die niet was opgepakt kwam naar me toe en zei: "Mirrie, Ernst stond op de lijst".

Als ik er aan terugdenk lijkt het me alsof ik was overgeschakeld op de automatische piloot, ik deed alles automatisch, en ik kon er niet bij, ik wilde niet dat het waar was, ik kon het niet accepteren. Hoe kon dat nou: hij was in Duitsland al veroordeeld geweest, had anderhalf jaar gezeten, en in '38 toen hij vrij kwam, was hij naar Nederland gevlucht. Maar ja, wat wist je. In oktober' 41 met de hoge feestdagen, kwamen die dodenlijsten, iedere week een nieuwe".

Joodsche Raad

"Na de romervakantie van 1942 ben ik niet meer teruggegaan naar school vanwege de vele razzias. Ik ging bij een afdeling van de Joodsche Raad werken op Oosteinde 24, dat was een verdeelpunt van kleding en dekens voor mensen die waren opgeroepen voor deportatie of die bij een razzia van de straat waren gepakt. Ik vertel vaak aan de schoolkinderen dat die mensen zo arm waren dat hun kinderen met twee, drie, vier in één bed lagen en dan was er niet voor ieder een deken om mee te geven als ze werden gedeporteerd.

Voor mij was het daar een goede plek. Er zaten veel mensen uit onze kring, en je kon dan ook met het illegale werk doorgaan: geld ophalen voor onderduikers, de krant verspreiden, verbinding zijn voor Simon en Eva en mijn vader die sinds augustus' 42 met hen samen zat ondergedoken.

Mijn vader heeft me gedwongen ook onder te duiken. Ik wou niet, want dan kan je niets meer doen, maar hij zei: "Als je niet onderduikt, dan ga ik naar huis". Hij had een adres voor me in Langedijk en daar heb ik gezeten tot juni' 44. Toen wilde mijn vader me dichter in de buurt hebben. Ik kreeg hele goede valse papieren, op naam van Wientje van Duiven, en we liepen gewoon op straat, mijn vader ook."

Voortzetting

Na de bevrijding trouwde Mirjam Ohringer met een Nederlandse man en kreeg daardoor de Nederlandse nationaliteit, zij kreeg kinderen en was politiek actief in de Communistische Partij. Eind jaren zeventig werd zij door een partijgenoot, oud-Sachsenhauser, gevraagd om rond te leiden op een tentoonstelling met de titel "Verzet en vervolging 1933 -19nu", en sinds die tijd raakte zij steeds meer betrokken in bestuurlijke en voorlichtingsactiviteiten.

Mirjam Ohringer en Henk van Moock met de Oostenrijkse ambassadeur Alexander Christiani bij de uitreiking van het Goldene Ehrenzeichen für Verdienste um die Republik Österreich voor hun internationale educatieve werk.De kinderen waren uit huis en alle beschikbare tijd werd in beslag genomen door vrijwilligerswerk. Maar dat woord wil ze niet horen: "Nee hoor, we zijn geen vrijwilliger. Voor mij is het besef dat ik nu doe wat ik doe precies hetzelfde, de voortzetting van het besef waarmee ik in de oorlog in de illegaliteit terecht ben gekomen. Dat was het besef dat er gevochten moest worden voor een andere maatschappij, voor een andere samenleving, en dat het onrecht aan de kaak moest worden gesteld. Dat educatieve werk vind ik zelf heel belangrijk, je kunt daarmee doorgeven wat er toen is gebeurd. En het is echt niet alleen uit politieke motieven.

Na de oorlog ben ik me veel bewuster geworden van het Joods zijn. Ik wilde dat mijn kinderen wisten dat ze een Joodse afkomst hadden. Er zijn Joodse feestdagen, zoals Chanoeka, Poeriem en Pesach, die een historische betekenis hebben en die in het kader liggen van wat wij als verzetsmensen hebben gedaan, vechten tegen onderdrukking, vechten voor onafhankelijkheid."

Op mijn vraag of zij daarmee ook in de CPN terecht kon, zegt zij strijdlustig: "Kijk, ik zeg niet voor niets dat ik met Marx en Mozes ben grootgebracht. Mozes staat voor Joodse ethiek, tradities en dialectisch denken. Dat hadden mijn chassidische grootvaders ook al, en daarmee blijf je een onafhankelijke denker."

Mirjam Ohringer werd gevraagd bestuurslid te worden van het Sachsenhausen Comité, van Verenigd Verzet, zij nam zitting in het Amsterdamse 4 en 5 mei comité, zij ging rondleiden op tentoonstellingen over de oorlog in het Verzetsmuseum Amsterdam en elders, zij sprak op scholen en voor leerlingen in het vormingswerk, en zij werkte samen met de Anne Frank Stichting.

Fel is zij als het gaat om kinderen van foute ouders. "Wij zijn vervolgd als Joden, maar niet om ons geloof maat om onze afkomst. Je moest vertellen hoeveel Joodse grootouders je had en dat was bepalend. Niemand kan verantwoordelijk gemaakt worden voor zijn ouders of grootouders, voor zijn afkomst, en als je dat wel doet dan doe je precies hetzelfde wat de nazi's met ons gedaan hebben. Kinderen van foute ouders mogen alleen beoordeeld worden op wat ze zelf voor houding hebben in het leven en als wij dat niet doen zitten wij fout."

Door haar meertalige achtergrond werd Mirjam Ohringer ook actief in het internationale circuit van verzetsorganisaties en kampcomité's. Eind jaren '70 kwam ze in aanraking met de Duitse vrijwilligersorganisatie Aktion Sühnezeichen door een tentoonstelling over Duits verzet in het Mozeshuis aan het Amsterdamse Waterlooplein. "Sinds die tijd maak ik altijd als er weer een nieuwe groep van deze Duitse vrijwilligers komt deel uit van de begeleiding. We houden dan een zogenaamd Zeitzeugen Gespräch." (Dat is een gesprek met twee ooggetuigen van de tweede Wereldoorlog - C.v.L.).

Mede door de kontakten met Aktion Sühnezeichen wordt zij ook dikwijls gevraagd voor groepen jonge mensen in Duitsland en Oostenrijk te spreken. "Het is een soort sneeuwbal effect", zegt zij, "je rolt van het een in het ander." Voor haar internationale educatieve werk kreeg Mirjam Ohringer in 1997 een hoge Oostenrijkse onderscheiding.

Monument

Het Nederlandse monument in MauthausenIn 1982 ging zij voor het eerst naar het voormalig concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk, op een reis georganiseerd door Verenigd Verzet. Daar zagen de deelnemers dat ieder land daar een eigen nationaal monument had en Nederland niet. Dat was de grondslag voor de oprichting van de Vriendenkring Mauthausen, het comité waar zij zich door de dood van haar jeugdliefde in Mauthausen misschien het meest emotioneel bij betrokken voelt.

Voor de totstandkoming van dit comité in maart 1984 heeft zij zich zeer actief ingezet. In 1986 werd het Nederlandse monument in Mauthausen onthuld in aanwezigheid van Prins Bernhard. Zij is nu weer net terug uit Wenen waar zij heeft gesproken op een bijeenkomst in het kader van de Reichspogrom Nacht.

Ik vraag haar nog eens waarom zij het allemaal doet en hoe zij dat blijft volhouden. "Overleven verplicht en dat is waarvoor je bezig bent. Met name het educatieve werk, het werken met jonge mensen, is ook buitengewoon bevredigend. Je krijgt heel veel terug en dat geeft voldoening. Je kan merken dat ze geďnteresseerd zijn en onder de indruk. En bovendien leer ik er zelf veel van. Ik heb geleerd hoe je vragen moet beantwoorden, hoe je de aandacht kan vasthouden en af en toe merk je dat het echt doorwerkt, daar doe je het voor."

Carry van Lakerveld

Naar de inhoudsopgave Naar het verhaal van Mientje Naar het verhaal van Dirk Naar het verhaal van Celine Naar het verhaal van Jan Naar het verhaal van Truus Naar het verhaal van Cor Naar het verhaal van Mirjam Naar het verhaal van Fred Naar het verhaal van Els Overzicht van de Tijdgetuigen